Regels zijn regels – een buurtfeest

Toen ik van de Albert Heijn kwam, was het buurtfeest al begonnen. Ik werd vriendelijk uitgenodigd om mee te doen, om wat eten en wat drank toe te voegen aan de grote hoeveelheid die al op de lange tafels stond en om me te mengen in de gezellige gesprekken. Met een smoes over drukte wist ik me te onttrekken. De katholieke jongen die ik ben voelde zich heel even schuldig. Waarom niet meegedaan? Wat is er nou tegen, tegen een gezellig gesprek met je buurtgenoten? Kun je de salade die je vandaag toch nooit op krijgt niet gewoon in een bak naast de andere salades zetten? En die flessen wijn die je meenam uit Frankrijk misstaan niet naast de flessen Wild Pig die deze week in de bonus waren.

Ik herinner me de gezelligheid in mijn oude straat, een gezelligheid die meestal ontaardde in vriendelijkheidsdwang van op Groen Links stemmende vaders en moeders die hun CO2-neutrale bakfiets het liefst op mijn gezicht zouden parkeren als ik ook maar één opmerking maakte die ze niet beviel. Kom Chrétien, niet zo moeilijk doen; de meeste mensen bedoelen het niet kwaad, zelfs als het niet zo lijkt. Tolerantie is een groot goed, ook jegens de mensen die er zelf geen aanleg voor hebben. Ik herinner me een barbecue in een park, met mensen die niet veel later een kat die aan het sterven was in de keuken lieten liggen, omdat ze moesten gaan werken. Het waren fijne mensen, die je altijd om een boodschap kon sturen, maar de kat had daar weinig aan. Toen ik hem aantrof (ik ging hun hond uitlaten), was hij al bijna dood. Ik heb de dierenarts gebeld en die heeft hem afgemaakt.

En ik herinner me het jaarlijkse buurtfeest op 5 mei. Ooit begonnen als spontaan straatfeest, was het inmiddels uitgegroeid tot een bijna officiële rommelmarkt. Altijd was er één buurtvader die de organisatie op zich nam en overdag rondliep alsof hij net dienst had genomen in een groot leger van een bezettende macht. Regels zijn regels, ook op 5 mei. Ik herinner me dat ik een van die buurtvaders ooit voor NSB’er uitschold, omdat hij een gezin wegstuurde dat wat spullen probeerde te verkopen zonder een kraam bij hem te hebben gehuurd. Hij stuurde die mensen weg alsof ze net hadden geprobeerd om zonder paspoort het land in te komen.

Ik hoor de gesprekken op de kade, terwijl ik dit tik, en voel iets, een verdriet dat nog veel dieper ligt – en dat daar veel beter kan blijven liggen. Ik lig alleen op bed, het is negen uur en beneden in de kamer hoor ik ooms en tantes en mijn ouders met elkaar praten en lachen. Ik blijf wakker tot de laatste oom en tante vertrokken zijn en mijn ouders beneden de ramen opengooien, glazen wegzetten en flessen in kratten zetten. Dan pas val ik in slaap, heel licht, en ik word weer wakker als mijn ouders naar bed gaan. Ze praten harder dan normaal. Er wordt gelachen en geklaagd. Tante Zus zei dit en dat verkeerd tegen oom Dinges. Dit was echt de laatste keer in deze samenstelling, het was ook nooit goed. Oom Iemand had, als altijd, het ijs gebroken met een leuke grap. Het licht ging uit.

Straks wordt iedereen half-dronken en gaan ze muziek draaien. Ik blijf nuchter. Als ik in mijn slaapkamer ga zitten, hoor ik niets. Ik ga niet in mijn slaapkamer zitten. De geluiden op de kade heb ik nodig. Als ik iemand hoor zeggen: ‘Na drie jaar hard werken promoveerde ik naar de afdeling sales’, springt mijn hart op. Niet van afkeer, maar van blijdschap. Ik ben erbij, zonder er al te veel van te hoeven meemaken. Ik kan de regels aan me voorbij laten gaan, ook hier.

Advertenties

Een gedachte over “Regels zijn regels – een buurtfeest

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s