God zit binnen en is ver weg

mariachapaizeMijn hoofd zit vol met Frans. Ik denk in het Frans, ik droom in het Frans en als iemand me opbelt, heb ik de neiging Frans te gaan spreken. Gek word ik ervan. Als ik de volgende week terugga, zal ik opnieuw Nederlands moeten leren. Maandag koop ik in de dichtstbijzijnde stad een alpinopet en laat ik me een Ilja Gort-baard aanmeten. Dan ben ik de ultieme, belachelijke Nederlander, die een Fransman wil nadoen en die Frans spreekt als een buitenlander die Frans spreekt. Mijn Nederlands bestaat nog, maar wordt meer en meer aangevreten, verkruimeld, ingeklonken, uitgeloogd. Ik kan bijna niet meer schrijven.

In Chapaize staat een romaanse kerk, gewijd aan Sint Martinus (die ook de heilige van Utrecht is). Romaanse kerken zijn afgesloten, donker, alsof het huis van God zo onbereikbaar mogelijk moet zijn, een plek waar de wereld niet naar binnen kan komen. Het interieur is sober, zonder schilderijen maar overal zijn beelden uitgehakt, motieven aangebracht in steen, bijzondere elementen toegevoegd aan pilaren, altaren verfraaid, et cetera. God is in zijn huis én hij is ver weg; hij is een God die je niet gemakkelijk kunt bereiken, iemand die je kunt aanspreken, maar een garantie op succes is er niet. Soms is God humeurig, of wrokkig, als tegen Job. Het is een bijna protestante God, die in romaanse kerken woont. Of niet woont, maar verblijft, als het Hem uitkomt.

Het kasteel van Cormatin is van later, toen God al in de wereld woonde en zich persoonlijk bemoeide met de adel en Frankrijk. De Markies en de Markiezin woonden in een huis dat weliswaar op zichzelf was betrokken, zoals een burcht nu eenmaal is, maar ze neigden meer dan ooit tevoren naar de wereld. Het licht van de gotiek is al opgegaan in de renaissance, kennis en wetenschap hebben de goddelijke toorn deels uit het dagelijkse leven weggejaagd. Ik stond samen met Miekel naast een Van Dyck, die de Markies had geportretteerd. Toen ik aan de gids Marjorie vroeg of het originele schilderijen zijn, die hier hangen, zei ze: ‘Naturellement.’ We overwogen er toen we twintig seconden alleen waren in de kamer om er twee mee te nemen, bij wijze van pensioenvoorziening.

Ik stond voor het altaar van Maria in Chapaize en stak twee kaarsen op. Ik dacht aan de vrouw die vroeger alleen ‘hoi’ zei, aan mijn leven, die vriendelijke puinhoop waar soms een zin op groeit, ik dacht aan God en ik dacht aan mijn familie, aan mijn dochters en aan sommige vrienden die nu in Nederland in de hitte zitten. Ik dacht mijn eigen wereld bij elkaar, inclusief alle mensen die zich aan die wereld hebben onttrokken. De besloten ruimte van de kerk laat niets anders toe. Alles streeft naar eenheid, die wordt bereikt door een strenge verdeling van ruimte en licht. De renaissance moet nog komen, of sterker: als je in die kerk bent, kun je je goed voorstellen dat die er nooit is geweest. De wereld is goed. Beter dan hij ooit kan zijn. Aanvaardbaar.

In de kerk van Chapaize lag een blad dat La famille Chrétienne heet. Heel even werd de adolescent in me wakker. Ik maakte een foto van de cover, waarop de vreselijke (en zeer slechte) Moeder Theresia stond afgebeeld. Thuisgekomen gooide ik die foto weg. Ik dacht aan de gids Marjorie uit Cormatin. Ze zei aan het eind van de rondleiding dat we alles mochten vragen. Ze zou ons niet opeten. Ik heb niets gevraagd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s