Een herinnering die deels verdwenen is

999Waarom lag er een kat op mijn borstkas? Ik duwde het beest van me af en keek om me heen. Dit was niet de kamer waar ik meestal in sliep. De kast die tegenover het bed stond, had ik nog nooit gezien. Ik hoorde iemand ademhalen. Het was een vrouw die op de rechterhelft van het bed lag, met haar rug naar me toe. Die rug was bezaaid met sproetjes. Ze had zo te zien halflang bruin haar. Ik kon me met geen mogelijkheid herinneren hoe ik naast die vrouw in dit bed terecht was gekomen. 

Mijn mond was van binnen droog en ik had het gevoel alsof iemand er in de loop van de nacht een nare smaak in had geïmplanteerd, die nooit meer zou verdwijnen. Ik kreunde, zachtjes, om de vrouw die naast me lag niet wakker te maken. Heel voorzichtig zette ik een voet op de grond naast het bed. Toen de ergste pijn was weggetrokken, liet ik de andere voet volgen en ging ik rechtop staan. Op het nachtkastje aan de kant van de vrouw stonden lege flessen, twee wijnglazen en een asbak. De kat lag nu aan het voeteneinde van het bed en keek me minachtend aan.

Mijn kleren lagen op een stoel. Ik trok ze aan. Ze dampten bijna van de tabaksgeur. Ik opende de deur van de slaapkamer en na een paar minuten zoeken was ik beneden, in een kleine hal waarin een enorme open kledingkast stond. Ik zag mannenjassen én vrouwenjassen. Naast de kast vond ik mijn schoenen. Ik trok ze aan, slikte wat brokjes braaksel weer in en verliet het huis. Waar was ik? Ik was in een nieuwbouwwijk uit de jaren zestig. Allemaal doorzonwoningen en hier en daar een boom die zijn best deed om er groot uit te zien. Op goed geluk volgde ik de straat, tot ik een bushalte tegenkwam. Daar zou ik twintig minuten later op een bus kunnen stappen die me ongeveer in de buurt van mijn huis ging brengen.

Tijdens het wachten probeerde ik opnieuw te bedenken hoe ik daar terecht was gekomen, in dat huis, in deze buurt. Er kwamen wat flitsen langs: een lachende vrouw die zei dat ze zin had om naar een feest te gaan, iemand die een rondje bier gaf maar onderweg van de bar naar een tafel struikelde en het dienblad uit zijn handen liet vallen, schreeuwende mensen, iemand die de deur van het café openhield en zijn auto ging halen. Het feest was verdwenen, als ik op een feest was geweest, net als de vrouw naast wie ik wakker was geworden.

Een bus waarop ‘999 Geen Dienst’ stond, stopte. De deur ging open. Ik zei tegen de chauffeur: ‘Je hebt toch geen dienst?’ Hij keek me even aan en antwoordde: ‘Ik heb altijd dienst. Stap nou maar snel in, voordat het te laat is.’ Even later ging de deur achter me dicht. Ik zag dat er nog meer mensen in de bus zaten. Iedereen had een lijkbleek gezicht en niemand keek me aan. Het was en bleef doodstil.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s