Een bezorger van DHL haalt een lijk uit (de kofferbak van) zijn busje

Met dit weer hebben de honden er minder zin in. Ze sjokken over de kade. Ruiken plichtmatig aan een pluk gras. Tillen hun poot moeizaam op tegen een boom. De hondenuitlaatmensen dempen hun stemgeluid. Alleen de klussers zijn ongevoelig voor het weer. Bij de buren wordt geschilderd én bij mij wordt geschilderd. De schilders hebben veel te bespreken, wat ze op harde toon doen, anders komen ze niet boven het geluid van de twee radio’s uit. Ik heb al gezegd dat ik aan een roman bezig ben en aan een boek met korte verhalen, samen met een andere schrijver, en dat de scheppingsarbeid bij voorkeur in stilte moet plaatsvinden.

Helaas zijn de schilders van mening dat het luisteren naar de radio een grondrecht is. En ik kan best ergens anders gaan schrijven, maar zij kunnen niet ergens anders gaan schilderen.

Bijna alle schrijvers die ik kennen slikken of slikten angstremmers en hebben met enige regelmaat last van migraine. Ik heb nog nooit angstremmers geslikt en migraine ken ik alleen van horen zeggen. Misschien ben ik daarom wel geen schrijver, in tegenstelling tot wat ik denk. Ik overweeg om de dokter een recept te vragen en ga zo meteen in een geluiddichte en volledig verduisterde kamer liggen wachten op de eerste symptomen, de heerlijke suizende pijn die begint achter mijn rechteroor en zich dan een weg naar binnen vreet. De gedachte aan de pijn alleen veroorzaakt een angstaanval.

Ik herlees het boek De passie van Jeannette Winterson. Op bladzijde 76 heb ik ooit een passage aangestreept, toen ik drieëntwintig was:

Als het erop aan komt zijn geliefden niet op hun best. Monden worden droog, handen zweterig, gesprekken stokken en het hart dreigt voortdurend voorgoed weg te vliegen uit het lichaam. Het is voorgekomen dat geliefden een hartaanval kregen. Geliefden drinken te veel uit nervositeit en zijn tot niets meer in staat. Ze eten te weinig en vallen flauw als het grote, felbegeerde ogenblik eindelijk is aangebroken. Ze vergeten de favoriete kat te aaien en hun schmink houdt niet. Dat is nog niet alles. Waar je zeker van dacht te kunnen zijn, je jurk, je diner, je poëzie, alles gaat mis.

Jeannette Winterson schrijft in haar eerste romans heel gedreven, wat ze combineert met iets parmantigs, iets onbevangens dat je meteen weerloos maakt voor haar proza. Dat vond ik toen ik De passie voor het eerst las en dat vind ik nog steeds. Ze zit zo vol met de lust om verhalen te vertellen dat ze de verhalen, ook in deze roman, achteloos om zich heen strooit. Het gaat trouwens niet om de verhalen die ze vertelt, het gaat om de taal, waarin Winterson amechtig probeert te formuleren wat haar voortdurend uit de handen glipt: ‘Ik vertel u verhalen. Geloof me.’

De fundamentele kracht van fictie is dat er altijd wordt gelogen, juist om dichter bij de waarheid te komen. De waarheid heeft niks met feiten te maken. De huisschilders lossen niet op in fictie. Ze verzetten zich. Ze klampen zich vast aan de werkelijkheid en aan de radio.

Nu eten ze een boterham, buiten, iemand heeft een paar klapstoelen voor ze neergezet. Met de schilders gaat het goed. Zij maken geen enkele fout, ze kunnen zich ook geen enkele fout permitteren. Om vier uur mogen ze naar huis. Tropenrooster. Ik leg het boek van Winterson weer in de kast en zie Dood op krediet liggen. Ik lees, voor de zoveelste keer de eerste alinea, in de vertaling van Frans van Woerden:

We zijn weer alleen. Alles is zo traag, zo zwaar, zo treurig… Nog even en ik ben oud. Dan is het eindelijk afgelopen. Zoveel mensen zijn er bij me geweest. Ze hebben wat gezegd. Veel was het niet. Ze zijn weer weggegaan. Ze zijn zielig, oud en sloom geworden, ieder in z’n eigen hoekje.

Louis-Ferdinand Céline had een wat ander wereldbeeld dan Winterson, zou je op het eerste gezicht zeggen. Toch hebben ze wel iets gemeen: de gedrevenheid én het besef dat alles mis kan gaan, of zeker mis zal gaan; alles is een juichende mislukking. Ik leg Dood op krediet op De passie en kijk naar buiten. Het licht op de kade is zo scherp dat iedereen die langskomt uit een magisch-realistisch schilderij lijkt te zijn weggelopen. Een bezorger van DHL haalt een lijk uit (de kofferbak van) zijn busje en sleept dat naar de woonboot tegenover mijn huis.

Advertenties

3 gedachtes over “Een bezorger van DHL haalt een lijk uit (de kofferbak van) zijn busje

  1. Beste mijnheer Breukers,

    het spijt me te moeten schrijven dat busjes, zoals u die bedoelt in uw verhaal, geen kofferbak hebben maar een grote open laadruimte. Ik begrijp de spanning wel die u met het gebruik van de ‘kofferbak’ wilt oproepen. Het is sneu voor het portee van het verhaal, maar het komt er echt op aan.

    vriendelijke groet,

    P. Prins

  2. Nou, uiteindelijk komt alleen de dood eropaan, maar dit terzijde. Het lijkt mij nou juist wel aardig om het busje in dit hallucinante beeld wél een kofferbak te geven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s