In memoriam Daan de Ligt

daan de ligt‘Zo, nu stop ik er echt mee.’ Dat zijn de laatste woorden van het laatste blogbericht dat Daan de Ligt plaatste. En inderdaad, Daan is ermee gestopt, met leven. Gisteren, op dezelfde dag als Toots Thielemans. Ik heb Daan niet ‘gekend’, in de ouderwetse zin van het woord. Ik las zijn gedichten via Facebook en de enkele keer dat ik hem sprak waren we schutterige vreemden, die elkaar beter kenden uit de digitale dan uit de offline wereld.

Daan de Ligt had al lange tijd kanker. Van het verloop van zijn ziekteproces deed hij soms verslag op Facebook, wat het idee dat hij ondanks alles voor eeuwig zou leven versterkte. Daan was aan het doodgaan, niet aan het sterven. Daan kón ook helemaal niet dood, want er was nog zo veel te zien in zijn stad Den Haag, al die dingen waar hij vervolgens over moest schrijven – daar had hij nog minstens dertig jaar voor nodig.

De Ligt was een ambachtelijke dichter. Zijn melancholie verstopte hij in strak vormgegeven versregels. Hij bezag alles met een humor die bij veel dichters die ook light verse schrijven irriteert, maar Daan kwam ermee weg. Hij was een echte vakman en je kon onmogelijk kwaad op de dichter De Ligt worden. Hij had niet de muffe pretentie van sommige collega’s en hij kende de omvang van zijn eigen talent. En hij had moed, tot in het sterven toe, wat niet iedereen gegeven is.

In wat zijn laatste bundel had moeten worden, Voldaan uit 2015 (net als het sterven, rekte De Ligt het publiceren van bundels daarna nog even op), schrijft hij:  ‘de leus ‘‘wie schrijft die blijft’’ / geeft hoop op overleven / toch is ook een poëet / ten dode opgeschreven.’ Of De Ligts werk voortleeft? Ik heb geen idee en ik ga er niet over. Maar een bloemlezing met een keuze uit zijn werk zou een daad van rechtvaardigheid zijn. Een monument dat daarna zelf maar moet uitzoeken of het verweert, of niet.

Archipelbuurt (Den Haag) anno 2000

Oude mensen, kleine zielen schuifelen voorbij,
verstilde geesten langs versteende straten.
Wie waakt en wacht en luisteren wil
hoort zacht Eline Vere praten.

Levend museum van voorbije dingen,
de geuren vaag, de beelden flets, de klanken zacht.
Flarden van de gamelan,
de laatste sporen van de stille kracht.

Auto’s die weer koetsen worden,
flaneren wint het van ’t lopen.
Hier moest ik zijn, ik belde aan,
Louis Couperus zelf deed open.

© (erven) Daan de Ligt

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s