Dagboekfragmenten

[20.8] ‘Je bent weer helemaal back in business, Ram! Vanmiddag bereikt de maan je sterrenbeeld, waarmee de beste dagen van de week aanbreken. Je zit vol energie en bent heel ambitieus. Stort je op je grootste doelen en dromen; je kunt alles voor elkaar krijgen wat je wilt.’ Dat zegt mijn horoscoop voor vandaag. Ik kijk naar buiten en zie dat het grijs is. Een helikopter draait al een minuut of vijf boven de kade, alsof hij het trauma niet kan vinden. Of misschien zoekt de piloot wel een mooie plek vlakbij mijn huis.

In het Algemeen Dagblad lees ik een interview met Hans van der Togt, iemand die in mijn jeugd een beroemdheid was. Hij verhuisde naar Friesland, omdat Amsterdam hem te druk werd. Nu is hij in de aap gelogeerd: ‘Het eerste jaar was ik euforisch. Ik vond het zo prachtig hier en was druk met mijn eigen iPad-kunst en de verbouwing van de schuur. (…) Maar vooral in de wintermaanden is het lastig.’ Als ik later oud ben, verhuis ik eerder naar een drukke omgeving, dan naar een dorp. Ik word vast een curieus oud mannetje, omringd door hippe jongeren die opa wel een halve dag willen helpen met het huishouden. Vooral de jonge vrouwen vinden opa apart.

[21.8] Gisteren had ik bezoek. Ze was al redelijk snel weg. Ze is ongelukkig, vertelde ze me, omdat haar man weinig aandacht aan haar besteedt. Ik probeerde haar op te beuren en zei dat ze ooit, als ze niet pas vijf maar al tien jaar getrouwd is, blij zal zijn als hij een tijdlang geen aandacht aan haar besteedt. Het hielp allemaal niets. Na anderhalve fles wijn en een kwart zak borrelnootjes stond ze weer op straat. Ik heb nog zeker een uur naar die halve fles wijn zitten kijken, als een uitgehongerde Duitse Herder naar een stuk rood vlees. Ik ging niet door de knieën, wat ik wel knap van mezelf vind; na dat uur schonk ik de wijn uit in de gootsteen, zodat de beesten die in het riool krioelen er nog iets aan hadden.

Ik kijk naar de mensen die over de kade lopen. Het zijn bijna allemaal hondenuitlaters. Die honden hebben er meestal wel zin in. Die crossen over het gras, zitten een eend of een duif achterna en schrikken zich kapot als een van de talloze katten die aan de kade wonen ze een tik dreigt te geven. De hondenuitlaters zelf trekken altijd een gezicht alsof ze er niet helemaal bij horen. Ik zou best een hond willen hebben, geloof ik. Een lief klein hondje. Tegen wie ik kan zeggen dat het leven niet meevalt, waarna het zijn lieve hoofd op mijn schoot legt. Drie keer per dag maken we een ommetje. Over de kade. En al snel leren we de andere hondenuitlaters kennen. En dan begint de ellende pas goed.

Hoe doen alle andere mensen dat toch, leven? Heel soms kom ik een vriend tegen die een agenda heeft en daarin staan al voor zes weken afspraken. Ik weet niet eens waar ik over zes weken zal zijn. Sterker: ik wil dat helemaal niet weten. Ik zou, denk ik, heel zenuwachtig worden als ik dat nu al wist (ook al weet ik nu al dat ik over drie weken in Frankrijk ben). Hij zegt dingen als: ‘Over drie weken ben ik een week in de Ardennen, en daarna ga ik drie dagen fietsen met Anneleen.’ Ik herinner me nog hoe hij was toen hij studeerde. Hij had het al druk als hij een giroenvelop voor zes uur op de bus moest doen. Ergens is er iets veranderd. In zijn leven wel.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s