Vijf dagboekfragmenten

1
Toen ik over de Oudegracht liep gisterenmiddag, ter hoogte van Café de Morgenster, werd ik gegroet door iemand die heel erg op Carel Helder leek. Ik groette terug, stond stil en constateerde dat het Carel Helder wás. Het kostte me, zelfs na hem te hebben herkend, moeite om Carel Helder en Utrecht aan elkaar te koppelen. Ik dacht tot voor kort dat hij in het Torpedotheater woonde en er nooit uitkwam, of beter: nooit uit mocht komen.

2
Ik woon aan een kade. Tegenover mijn huis is eerst een stoep, dan een rijweg, vervolgens een groenstrook en ten slotte het Merwedekanaal, waaraan woonboten liggen. Ik keek gisteren enige minuten uit op mijn overburen, twee zure oude mensen, die voor hun boot zaten te eten. Ze hadden er het campingtafeltje voor uitgeklapt. Op van die wankele krukjes zaten ze, aan dat tafeltje, en het geluid van hun bestek op de borden maakte me radeloos van haat. Toen de buurman door kreeg dat ik stond te kijken, zei hij: ‘Ja, en wij maar genieten hè?’

3
Vandaag ben ik naar een verjaardag geweest. Het feest begon om half zes, wat ik een gekke tijd vind voor het begin van een feest. Ik had een boek gekocht voor de jarige, een boek waar ze zelf om had gevraagd: Letters to Vera van Vladimir Nabokov. Het was nog een heel gedoe om eraan te komen en toen geen enkele boekhandel in Utrecht het op voorraad bleek te hebben, of binnen een paar dagen kon krijgen, heb ik het online besteld. Dat voelt toch altijd een beetje alsof je naar de heroïnehoeren gaat, als je zelf ooit in een boekhandel werkte. Toen de jarige het boek had uitgepakt, zei ze: ‘Dat heb ik al.’ Ik zei niet: ‘Had je dat dan even kunnen zeggen?’ Nee. Ik zei: ‘Ach, het geeft niets, geef maar mee, dan ruil ik het voor iets anders.’ Terwijl ik in gedachten met een bijl een paar meubelstukken in haar huiskamer aan stukken sloeg.

4
Mijn buurman gaat de buitenkant van zijn huis schilderen. Zelf. Schilders zijn niet meer de schilders van vroeger, zegt hij. Vanochtend begon hij om zeven uur met het schuren van de kozijnen die zich net naast mijn slaapkamer bevinden. Ik heb tot half 8, toen ik toch op moest staan, liggen bedenken welke straffen ik de buurman zou laten ondergaan, voordat ik hem aan zijn (ook zelf opgezette) steiger zou laten ophangen. Heel veel mensen zien agressie als iets negatiefs. Ik ben het daar helemaal niet mee eens. Agressie is noodzakelijk, je moet alleen goed weten hoe je haar het best kunt inzetten. Agressie is een vorm van empathie. Daar hoor je vrouwen die op yoga zitten nooit over.

5
Mijn vader had vroeger een soort werkbank in de garage staan, waarboven een kast hing die in vakjes was verdeeld. Elk vakje bevatte een laatje en daarin verzamelde mijn vader schroeven, stukjes touw, spijkers, onderdelen van een koffiemachine en zo voort, alles netjes op soort gerangschikt en weggeborgen. ‘Je weet nooit wanneer je het nodig hebt,’ zei hij altijd. Toch heb ik mijn vader nooit een van die laatjes zien openen om iets eruit te halen. Het enige wat hij deed was af en toe kijken naar zijn verzameling. Toen mijn ouders in 1992 uit mijn ouderlijk huis wegtrokken, heeft hij al die spullen weggegooid.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s