Van het haar bedekkende pruiken en hoofddoekjes

Toen ik vorige week zondag in Antwerpen op perron 1 de trein richting Oostende besteeg, werd mijn coupé korte tijd later bestormd door negen kinderen. Allemaal ergens tussen de zeven en de tien jaar oud, allemaal nogal luidruchtig. De moeders, drie in getal, volgden even later, met karretjes, koffers en plastic tassen. Voor het eerst kon ik van dichtbij bekijken wat ik wel wist, maar nog nooit had gezien: orthodox-joodse vrouwen bedekken hun haar met een pruik. Ze gebruiken nep-haar om hun echte haar te verbergen voor de niet met hen getrouwde man, voor mij bijvoorbeeld, een man die zich waarschijnlijk niet zou kunnen beheersen als hij de gouden, of bronzen, of zwarte, of rode lokken van die vrouwen onbedekt zou aanschouwen.

Nu had dat, vermoed ik, wel losgelopen. Wel stoorde ik me enigszins aan het lawaai dat de kinderen maakten. Dat verhinderde mijn lectuur. Nog erger vond ik het dat het kleinste kindje, dat met haar moeder tegenover me zat, mij af en toe schopte, alsof ze wilde proberen of ik zou reageren. Ik zei alleen de eerste keer ‘auw liefje’, als de gemoedelijke oom die ik kán zijn. De tweede, derde, vierde en vijfde keer negeerde ik haar. Vanaf de zesde keer zei ik dat ze moest ophouden, want de moeder deed het niet meer. Die had alleen na de eerste keer iets gezegd, in het Jiddisch, dat het liefje die mensch niet moest raken. Verder deed ze er het zwijgen toe, behalve om iets naar de andere vrouwen in de coupé te schreeuwen.

De drie moeders kwamen ter hoogte van Sint-Niklaas om-en-om mijn pen lenen. Ze vroegen het wel redelijk beleefd, maar ik werd drie keer niet bedankt. Waarom ze niet een keer mijn pen leenden, om er daarna alle drie om de beurt gebruik van te maken? Ik heb geen idee. De reden waarom ze een pen moesten hebben meende ik wel te kennen. Er bestaat, dat weet ik nog van vroeger, een merkwaardig voorschrift dat bepaalt dat je je Belgische treinticket in sommige gevallen zelf, handgeschreven, van een datum moet voorzien. Anders is het niet geldig. Ik heb nooit precies begrepen waarom dat in de tijd van scanpaaltjes nog moet. Maar allez.

Na Sint-Niklaas hoorde ik een moeder vragen hoe lang het nog was tot Oostende. Ik wilde wel, maar vond het lastig om te verkassen met mijn koffer en rugzakje. En onbeleefd om te laten merken dat de rumoerigheid me de keel uit begon te hangen. Voordat je het weet zit je in een conflict dat de coupé in een Gazastrook verandert. Ik dacht: Dit zijn joden, mensen van het uitverkoren volk, sterker, het zijn orthodoxe joden… als ik openlijk kritiek op ze uit, heb ik het meteen gedaan… en als ik wegloop, snappen ze waarschijnlijk niet dat het om de herrie is… en als ze denken dat ik ze niet moet, is dat niet waar… het gaat me echt alleen om de herrie die ze maken… alleen, dat durf ik niet uit te leggen… nou ja, en zo ging dat maar door, in mijn hoofd.

Ik zat dus tot in Oostende tussen het leven als een oordeel, dat almaar toenam. De kinderen hadden honger en jengelden. De kinderen hadden dorst en jengelden. De moeders moesten telefoneren en deden dat op orkaankracht. De kinderen wilden chips en snoepjes. De moeders wisselden soms van plaats, om dingen met elkaar te bespreken, of te beschreeuwen. De kinderen stonden met hun schoenen op de bankjes. Wreven de ramen vol met lang-gekauwd witbrood. En niemand, maar dan ook niemand van de groep reageerde op elkaar, alles werd met een vanzelfsprekendheid die bijna stompzinnig was ondergaan. Ik draaide af en toe een bladzijde van Hotel Savoy om, zonder iets te lezen.

Voordat ik instapte in Antwerpen zag ik dat een lid van de spoorwegpolitie een meisje met een hoofddoek verhinderde om de trein te bestijgen. Ze moest eerst haar tas openen en aan hem laten zien. Toen het zeer knappe meisje zei dat het gewoon een tas was met haar spullen erin, zei de man dat dat niet uitmaakte. Hij had het recht om haar valies te controleren. Ze liet het glimlachend toe en heeft daarna, nog steeds glimlachend, bij de invasie uit Antwerpen en mij in de coupé gezeten tot in Oostende. Onderweg werkte ze aan een tekst op een uit die gecontroleerde tas tevoorschijn gekomen chromebook. Deze anekdote heeft niets te maken met wat ik hierboven vertelde, en toch wel. Maar wat? Daar denk ik nu al langer dan een week over na.

Advertenties

Een gedachte over “Van het haar bedekkende pruiken en hoofddoekjes

  1. Zijn hoofddoeken voor mannen verboden? Ik las onlangs dat men onlangs, een MAN ontdekte onder een hoofddoek. Emancipatie wordt zo iets genoemd, neem ik aan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s