Kleine dingen & de vrijheid

Op sommige dingen kun je altijd bouwen. Als je net je fiets van het slot hebt gehaald, begint het te regenen. De trein die je echt niet mag missen om op tijd te komen, heeft vijftien minuten vertraging. In de supermarkt is het brood uitverkocht, op drie halfjes melkwit na. Yuri van Gelder neemt een biertje samen met zijn Braziliaanse vriendin en moet naar huis. Want de sportbestuurders kunnen het niet hebben dat iemand een slecht ‘rolmodel’ is voor de jeugd en voor andere sporters. Alsof je hele leven in de ringen hangen zo’n fijn voorbeeld is. Bovendien: Maurits Hendriks, dat is een lekker ding. Wat ik maar wil zeggen, is: na mijn terugkomst uit Oostende gaat in Nederland alles fout en slaat het zinloos moralisme als altijd keihard toe. Het lijkt wel een patroon.

Ik keer nog één keer terug naar Oostende. Soms vindt iemand de stad lelijk, bijvoorbeeld omdat alle gebouwen door elkaar heen staan. Omdat de bus gewoon nog over het Mijnplein rijdt, vlak naast de terrassen, terwijl het plein als parkeerplaats is ingericht. Niks geen ondergrondse garage. Het leven is in Oostende (en in heel Vlaanderen) nog een beetje gevaarlijk. Voorlopig wordt de vrijheid van de huizenbezitter er hoger aangeslagen dan het leven van een toevallig passerend mens. Daar kun je moeilijk over doen, maar in wezen is dat de uitdrukking van een vrijheidsgevoel dat in Nederland al decennia door commissies en in ruilverkavelingen is gesmoord. En helaas probeert men in Vlaanderen steeds meer te regelen, al is de overheid er nog op een prettige manier licht-corrupt. Jos van Rey zou er bij wijze van spreken niet eens opvallen.

Het enige lelijke gebouw langs de Zeedijk is een ‘authentieke’ villa, waar vroeger een restaurant was gevestigd en dat nu tot appartementengebouw wordt omgeturnd. Dit werkelijk monstrueuze neo-classicistische gebouw met gouden tierelantijnen eraan is dan wel oud, en ‘echt’, maar als ik diep in mijn hart kijk woon ik liever in de flat ernaast, of in de minder opzichtige oudbouw in de buurt van de renbaan. Het hele begrip ‘authentiek’ moet je in Oostende anders definiëren: niet als oud, maar als de som van de delen die er in de loop van de jaren nu eenmaal zijn aangebracht. En daarom bestaat zoiets curieus’ als de Europagalerij, waarbinnen een flat van 32 verdiepingen oprijst die je niet rechtstreeks kunt betreden en die is omgeven door andere appartementen, parkeergarages en een winkelgalerij. De toren van Babel die je wel kunt zien, maar niet benaderen. Hoe authentiek wil je het hebben?

En natuurlijk wordt er aan Oostende gevreten. Door de eigenaren van strandtenten, een kwaad dat lang niet voorkwam en dat nu als een schimmel om zich heen grijpt. Of door pop-up-studio’s van radiozenders, die de hele dag uitzending verzorgen en een vorm van gezelligheid organiseren die je doet verlangen naar de hel. Ik zag zelfs mensen foto’s maken van die gezelligheid, hoe diep kan iemand zinken? Over de groepjes jongeren die in het weekend tot een uur of vier brallend door de Langestraat trekken, al dan niet in vrijgezellenfeesten verenigd, zwijg ik dan maar. Ik wil niet voor een oude lul worden versleten. Elke tijd heeft zijn eigen vorm van authenticiteit, en het is niet aan ons om die te willen bepalen of veroordelen. Wat weer niet wil zeggen dat we ons overal bij neer moeten leggen, al kun je over het algemeen mopperen tot je een ons weegt: de geschiedenis gaat haar onverstoorbare gang.

Maar voorlopig zit ik weer in Nederland. Waar je als topsporter (en schrijven is ook een vorm van topsport) geen biertje mag drinken met je Braziliaanse chica. Want dan verpest je de jeugd en je medesporters. Alsof die jeugd niet al eeuwen is verpest, sterker, alsof die er niet al eeuwen naar verlangt om te worden verpest, het liefst stomdronken of onder invloed van de een of andere drug, tijdens het uitvoeren van ingewikkelde seksuele experimenten. Voorlopig moeten we het doen met de laatste bastions van vrijheid. Die worden bedreigd, maar als je goed zoekt kun je ze nog vinden.

p.s. Net toen ik dit stukje af had, las ik wat Rutger H. Cornets de Groot op Facebook schreef over Yuri van Gelders uitsluiting van de Olympische Spelen. Ik bedoelde hierboven zoiets te zeggen, maar zei het anders:

Ooit was voetbal oorlog, en topsport iets voor mensen die uitblonken, dwz de norm te buiten gingen. Nu betekent topsport dat je in het gareel moet lopen. Als topsporter heb je een ‘voorbeeldfunctie’ – niet voor de maatschappij waar alcohol vrij verkrijgbaar is, maar voor andere topsporters die dat ook allemaal moeten doen. Waarom? Omdat alles in diens staat van een uiterst bekrompen moraal. De Olympische Spelen – alleen in naam nog een evenement voor amateurs, liefhebbers – zijn een oefening in discipline geworden, voor wie het braafste jongetje of meisje van de klas wil zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s