Die Welt von Gestern – nieuwe Vlaamse wetten

Mijn bezoekers wilden, samen met mij, gaan eten. Couscous. In een restaurant dat op Tripadvisor veel sterren heeft. Het was nog niet echt etenstijd, maar we hadden honger. Omdat het hoogseizoen is, twijfelden we of we er wel een plek zouden kunnen vinden. Toen we eenmaal voor de deur stonden, bleek de hele eetzaal leeg. Opgelucht stapten we naar binnen. In Vlaanderen gaan de mensen nu eenmaal wat later eten, dus wij zaten zo meteen alvast goed. Er kwam een man achter de toog vandaan en die zei: ‘Ik heb op woensdag en donderdag gesloten. Dan heb ik mijn vrije dagen. Ik zit hier nu even met mijn zoon wat te drinken. Maar we zijn dus dicht.’

Weer buiten praatten we verbaasd over de merkwaardige, bijna op vermindering van omzet gerichte grondhouding van de man die ons te woord had gestaan. Twee dagen per week dicht in een periode waarin half Vlaanderen aan de kust rondhangt en gevoed moet worden. Heel vreemd. Of nou ja, misschien moet de man, om allerlei geheime redenen en voorschriften, wel alles helemaal alleen doen, eten koken en in de bediening lopen en daarna opruimen en schoonmaken, en misschien is hij wel afkomstig uit een milieu waarin het niet hebben van twee vrije dagen per week een doodzonde is, zodat hij, als hij bij zijn familie komt en zegt dat hij zeven dagen per week geopend is (en personeel heeft) met de nek wordt aangekeken.

Even later passeerden we een winkel waarin ik al dagenlang een vest had zien hangen. Een mooi, blauw vest. Met aan de voorkant een werkje van witte, ja, spikkels. Niet opzichtig, maar fijn. Echt een vest voor de herfst en de winter. Het was in de solden en kostte nog maar €39,95 dat vest, eigenlijk geen geld, maar ik was er nog niet toe gekomen om de zaak in te stappen en het ding te passen. Hoewel het al na zes uur was, stond de deur nog aan. We werden verwelkomd door een oude mevrouw die de vloer aan het moppen was. Natuurlijk mochten we nog even kijken. Zoekt u misschien iets speciaals? Nou, dat vest in de etalage begeerde ik te passen.

Ah ja nee. Dat vest. Kijk u daar maar meneer, dat is alleen nog in de maten S en M te koop. Ik keek, en inderdaad. De grotere herenmaten waren reeds vergeven. Ik viste naast het net. Jammer. Ik bekeek wat prijskaartjes, in de hoop dat de vrouw zich had vergist. Ze had zich niet vergist, maar ik zag wel dat er als prijs €79,95 stond vermeld. Toen ik dat zei, ging de vrouw even heel erg rechtop staan en zei ze: ‘Dat komt omdat we de prijzen van de solden niet meer morgen reclameren in de winkel. Daar moeten we de oude prijzen blijven hanteren, maar in de etalage mogen we dan weer alleen de soldenprijzen vermelden, en niet de oude bedragen.’ Ik knikte dat ik het begreep.

Maar ik begreep het niet. En mijn bezoek ook niet. Waarschijnlijk, bedachten we, zijn er de afgelopen jaren zeer ondoorgrondelijke wetten in werking getreden die het middenstanders onmogelijk maken om 1) veel dagen geopend te zijn en 2) om met hun aanbiedingsprijzen reclame te maken, zodat ze zich ten volle kunnen richten op het werk in de winkel of de horecagelegenheid zelf, zonder zich daarbij druk te maken om verwerpelijke zaken als omzet of winstmaximalisatie. In Vlaanderen was, en hier bereikten we onze voorlopige eindconclusie, de geleide economie die in het communisme werd gehanteerd op een slinkse manier heringevoerd. En wij mochten daar nu de vruchten van plukken. Die Welt von Gestern was  via de achterdeur werkelijkheid geworden.

De volgende ochtend wilde ik mijn bezoek een wafel voorzetten. Ik weet daarvoor een oud en eerbiedwaardig adres, waar ik jaren geleden veel met de kinderen kwam. Een zaak waar in kleurige schorten gestoken matrones de dienst uitmaken en de klant met vaste, maar liefdevolle hand regeren. We hadden het natuurlijk kunnen weten, dat de zaak ergens tussen vorig jaar en nu door een andere eigenaar is overgenomen, door iemand die het oude personeelsbestand heeft ontslagen en vervangen door mensen die nieuwe Vlaamse wetten op het midden- en kleinbedrijf veel beter kunnen uitvoeren (en handhaven).

Een man wiens gezicht was getekend door een mengeling van levensangst en mensenhaat vroeg ons wat we wensten. Koffie, en wafels. Hij kneep bij het horen ervan even in het notitieblok dat hij vasthield en zei: ‘Koffie kan nu wel. Wafels worden pas na half twee in de middag geserveerd.’ In normale omstandigheden zouden we verbaasd zijn geweest en hebben gevraagd waarom een koffiehuis dat reclame maakt voor de wafels die er worden verkocht de helft van de dag geen wafels verkoopt. Maar we hadden onze les al geleerd en namen genoegen met de koffie. Die overigens redelijk snel kwam, en om onduidelijke redenen met een klein glaasje niet onsmakelijke pudding werd geserveerd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s