Richard Rijkens komt naar Oostende

karperIn mijn nieuwe boek speelt de schrijver Richard Rijkens, gemodelleerd naar A.H.J. Dautzenberg, een belangrijke rol in het derde en een-na-laatste hoofdstuk. Hij komt naar Oostende. Mijn verblijf hier is in wezen dus studie. Daarnaast ben ik aan het doorbreken in het buitenland, waarvoor ik binnenkort subsidie zal aanvragen. Literatuur is een exportartikel en schrijvers mogen binnen het culturele veld eindelijk wel eens de positie krijgen die hen toekomt, vergelijkbaar met die van popmuzikanten en klassieke orkesten (en ensembles).

Maar daar had ik het niet over, ik had het over Richard Rijkens, die na veel gedoe in de eerste twee hoofdstukken arriveert voor een kort verblijf in Oostende, als gast van de in hoofdstuk een overleden hoofdpersoon. U moet het te zijner tijd eens rustig nalezen, het is minder ingewikkeld dan het lijkt. Ik schrijf gegarandeerd geen magisch-realistisch boek. De hoofdpersoon en Rijkens hebben elkaar leren kennen toen de hoofdpersoon, een violist, voor een optreden naar Tilburg moest, die wonderlijke stad en woonplaats van Rijkens/Dautzenberg.

Elke gelijkenis met bestaande personen is toevallig, nietwaar, en iedereen die model stond voor een personage, inclusief mijzelf, heb ik weten om te vormen tot iemand die hij of zij niet meer zal herkennen, zelfs ik niet. Iedereen, behalve Rijkens. Die is nog veel te veel Dautzenberg, wat niet erg is, maar hij moet zich ooit, het liefst een beetje snel, anders kan ik niet verder, plooien naar mijn literaire wensen en (vooral) eisen. Ik schrijf hem in allerlei bochten. Geef hem een ander uiterlijk en meningen die niet de zijne zijn. Zonder resultaat.

Ik weet wel hoe het het hoofdstuk moet beginnen. Rijkens komt de woonkamer van het appartement binnen waarin ik nu verblijf, kijkt om zich heen en zegt: ‘Er zit veel ruimte in dit huis.’ Maar dan? We gaan aan tafel zitten en spreken over, eh, nou ja, misschien gaan we niet meteen ergens over spreken, misschien gaan we wel gewoon wandelen, zoals ik bijvoorbeeld gisteren met Rob van Essen door Oostende wandelde – en net als Rob en ik komen we dan uit in de Japanse tuin bij de koninklijke villa – en waarschijnlijk komt de hoofdpersoon of Rijkens daar tot een belangrijk, voor het boek bepalend inzicht. Of niet.

De hoofdpersoon van mijn boek heet Jonathan Ouderling en is violist. Hij leeft zo veel mogelijk voor zichzelf, zonder zich iets aan te trekken van de mensen om hem heen. Hij is een egocentrische man die dat egocentrisme voor zichzelf opeist. Wat andere mensen vinden interesseert hem niet en als Rijkens hem vertelt dat het volgens hem nodig is om aan de heersende moraal te sleutelen, dan snapt hij dat bijna letterlijk niet. Ouderling ziet niet in waarom hij zich wat dan ook aan welke moraal gelegen moet laten liggen, al vindt hij de theorieën en ideeën van Rijkens wel interessant.

Misschien laat ik ze gewoon naar de Apero gaan en daar Oostendse Bouillabaisse eten, dezelfde die Rob en ik in het echt aten en die erg lekker was. Een orgie van vis en kruiden en groenten en vakmanschap van de chef, liefdevol opgebouwd als een ideologie of een moraal, maar elke moraal kun je liefdevol verdrinken in met vakmanschap bereide vissoep. En tijdens het eten liever maar niet denken aan die mooie, zwart-oranje karper in de Japanse tuin. Hoewel, die wordt niet opgegeten. Hij is alleen heel erg eenzaam in zijn vijver, waar geen soortgenoten wonen maar wel veel voor hem te kleine en te oninteressante goudvissen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s