Nummer 3 kwam aan zonder ruiter

13844254_10210329129651021_303536193_oIk was nog nooit naar de rennen op de Wellingtonbaan geweest tijdens  wedstrijden. Altijd als ik in Oostende kwam, waren die net voorbij of zouden die de dag na mijn vertrek plaatsvinden. Gisteren had ik, eindelijk, geluk. Voor acht euro kon ik een kaartje kopen en OostendeKoerse bezoeken. Mijn hart klopte vol verwachting toen ik via de hoofdingang naar binnen stapte – recht in de geur van gebakken frieten en worst en hamburgers. En in het geluid van muziek-achtige tonen. Ik had geen zin om daar op te letten. Ik kwam hier voor iets anders. Maar voor wat?

Ik dacht dat de rennen, net als het wielrennen, een geheimzinnige sub-wereld vormden, waarin de rituelen rond de sport allemaal bedoeld waren om de sport zelf te bevestigen en mooier te maken – mooier dan zij is. In de wielersport zijn ook veel hamburger- en biertenten, en het publiek is er over het algemeen net zo volks als gisteren in Oostende, op een enkele verdwaalde geïnteresseerde na. Maar waar de wielersport altijd dominant is, worden de rennen met te grote tussenpozen afgehandeld om constant de aandacht te kunnen trekken. De randgebeurtenissen nemen het daarom over. Ik vond er dus niet de sfeer van wielercriteria, of de langdurige verwachting als je op een doorkomst van een etappe staat te wachten.

Er waren wel: wedkantoren. Ik wilde me niet, zoals Multatuli of Dostojewski, ten gronde richten aan gokspelen of weddenschappen, al voel ik de tinteling van verlangen en genot die eromheen hangt wel. Tienduizend euro hebben, alles op rood zetten en dat zwart dan uitkomt. Gokken op de absolute favoriet voor de eindzege, die na een kilometer al van zijn fiets valt. Ik denk dat echte goklust juist gebaat is bij verlies. Zonder dat verlies geen nieuwe aandrang om nog meer geld te verbrassen. Wie een casino binnenloopt, een euro in een fruitmachine stopt en meteen de jackpot van zes miljoen wint, komt nooit meer terug.

Gisteren wedde ik voor het eerst op een paard en op een ruiter. Het kostte vijf euro en ik kreeg waar voor mijn geld. Het ging om de derde race en volgens een paar oude mannetjes was paard nummer 3 de absolute favoriet. De ruiter was een opkomende ster. Het paard kón niet verliezen. Het was altijd van een oud vrouwtje geweest. Nooit in de open lucht gestaan. Tienduizend kilometer op de teller. Gegarandeerd geen miskoop. Ik ging door de knieën en zette in. De oude mannetjes beweerden dat ik die 15 euro (ze stond 3-1) alvast kon uitgeven aan pinten en worst.

Nu ja. De race was nog niet begonnen, de eerste bocht was net achter de rug, of viehij l. Ik zag het niet, maar om me heen grepen mannen naar hun voorhoofd en het ‘godmiljaardedju’ was niet van de lucht. Ik vroeg wat er was en iemand beet me toe dat ik moest kijken, want nummer 3 liep nu alleen door de baan. Ik wachtte tot alle paarden weer waren gearriveerd en inderdaad: nummer 3 eindigde vrij dicht vooraan, maar zonder ruiter. De man naast me wist wel te vertellen dat die ongedeerd was. Hoe hij aan zijn kennis kwam, weet ik niet, maar je hoeft niet alles te checken.

Op de bovenstaande foto is de ruiter nog aanwezig. Niet lang daarna was de val die het einde van mijn gok-carrière inluidde. Gelukkig maar. Ik had jaren verlangd naar een bezoek aan de renbaan en nu het er eindelijk van kwam, bleken de paardensport en ik niet-compatibel. Kan gebeuren. Ik keer, voorgoed, en zonder morren, terug naar de wielersport. Of misschien ga ik wel eens naar een wedstrijd van het eerste elftal van KV Oostende. Die schijnen ook heel goed te zijn.

Advertenties

Een gedachte over “Nummer 3 kwam aan zonder ruiter

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s