Anton Bruckner en Adriaan van Dis

Van alle componisten die ik ken, zou ik het liefst een tv-interview willen zien met Anton Bruckner. Misschien nog liever dan met W.A. Mozart of Johann Sebastian Bach. Of met Richard Wagner. Of, en zo voort. Ik zou die neurotische man eens aan het woord willen horen over alles wat hem vooruit joeg en angst inboezemde. Over de manier waarop hij de maten van zijn composities nummerde, om ‘overzicht’ te houden. Over zijn hang naar erkenning, een erkenning die hem pas zo laat in zijn leven ten deel viel, toen het eigenlijk al niet meer hoefde en zijn hart al was versleten.

Hij zou natuurlijk wel verlegen zijn. Bruckner was niet zo enorm op de voorgrond. Hij voelde zich zijn hele leven de provinciaal die hij was. Alle slechte kritieken deden hem pijn. Na het lezen daarvan begon hij zijn symfonieën te herschrijven. Waarna hij ze nog eens herschreef, en nog eens. Op zoek naar de waardering van schrijvers over zijn werk die nu volledig vergeten zijn, maar die Bruckners leven voor een belangrijk deel tot een hel hebben gemaakt. Wie zou dat tv-interview moeten doen? Ischa Meijer niet, denk ik. Die was veel te gejaagd en die zou voortdurend naar de band met zijn ouders vragen, en naar de verliefdheden die Bruckner aan de lopende band opdeed voor jonge meisjes. En dan kwamen we aan de muziek niet toe.

Misschien is Adriaan van Dis nog niet zo’n gek idee, met een redactie van een stuk of tien echte muziekkenners. Van Dis zou dat van die meisjes ook tactvol afhandelen en de oude maestro (ik vind dat je Bruckner op late leeftijd moet interviewen) misschien zelfs een paar tranen weten te ontlokken. Ja, meneer Van Dis, de liefde speelde altijd een grote – maar niet per se wederzijdse – rol in mijn leven. Dat heeft u heel goed opgemerkt. En daarna overhandigde Van Dis Bruckner zijn pochet, opdat hij de tranen kon drogen en zijn neus kon snuiten. Weiß oder Rot, herr Bruckner? Oder darf ich Anton sagen? Nou, een glaasje water was meer dan voldoende, dank u. Verder geen frivoliteiten graag.

Schubert, Beethoven, Wagner, Brahms, Mahler, alle namen zouden de revu passeren, al zou Bruckner bij het horen van de naam Brahms even wit wegtrekken. Hij had namelijk niet van die fijne herinneringen aan deze componist en rivaal. De belangrijkste vraag van Van Dis, hoe zo’n bedeesde, wat wereldvreemde, misschien zelfs angstige en dwangmatige man van die hemelse muziek kon schrijven, snapte Bruckner niet. Hoezo bedeesd, wereldvreemd, angstig en dwangmatig? Hij kon zich niet voorstellen wat de Sehr geehrter Herr daarmee bedoelde. Hij had de muziek, na noeste en zeer langdurige studie, gewoon geschreven. Het was altijd hard werken geweest, maar onze lieve Heer stond hem daarin bij. Dus wat meneer Van Dis met deze merkwaardige vraag wilde, hij had werkelijk geen idee.

Heel waarschijnlijk zou het misverstand tussen Van Dis en Bruckner aan het eind van interview net zo groot zijn als dat tussen de critici van Bruckner en de maestro zelf tijdens zijn leven. Dat is het lot van Bruckner, ook al is zijn muziek inmiddels onomstreden. Wij zouden, in de eenentwintigste eeuw, Bruckner net zo ‘apart’ vinden als de Weners dat in de negentiende eeuw hadden gedaan. Daarmee is maar weer eens bewezen dat de creatieve schepping niet per se toevalt aan een Olympiër met de archaïsche torso van Apollo. Stel je voor dat Johnny Weismuller of Epke Zonderland ook nog eens een geniale symfonie hadden kunnen schrijven; dan was het helemaal ongelijk verdeeld in de wereld. Dan bleef er niks meer over voor, bijvoorbeeld, Franz Schubert of Anton Bruckner. (Dank u wel, voor dit gesprek.)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s