De dwergplaneet Ceres: something mysterious

Over de dwergplaneet Ceres, Michel Tournier, Rembrandt van Rijn, onvatbare kunst en Billie Holiday

rembrandtGisteren las ik dit artikel, over de dwergplaneet Ceres die zich, alsof het een figuur uit een kinderserie is, van het ene moment in- en weer uit de plooi kan halen. Eerst zaten er kraters in en die zijn nu verdwenen: ‘Ceres, the largest object in the asteroid belt between Mars and Jupiter, should be riddled with craters. But when NASA’s Dawn spacecraft started orbiting the dwarf planet last year, scientists were surprised to find it was relatively smooth. In a study published Tuesday in Nature Communications, researchers conclude that something mysterious must have erased the marks.

Vooral het ‘something mysterious’ vind ik erg mooi. Er is niet alleen meer tussen hemel en aarde, het hele universum is vervuld van het mysterie en hoe meer onderzoek er wordt gedaan, hoe meer onverklaarbare zaken er opduiken, de mens achterlatend in de duisternis van zijn onwetendheid, een onwetendheid waaruit hij zich, stapje voor stapje, steeds vallend, moeizaam, probeert te bevrijden (ik herlas Gerard Reve, De taal der liefde, dat verklaart deze zin, waar maar geen punt achter gezet kan worden). Hè, hè.

Behalve De taal der liefde, ligt De meteoren van Michel Tournier naast mijn bed. Ik heb namelijk geen nachtkastje, dus ik leg de boeken waarin ik lees gewoon naast mijn bed. Vroeger, in mijn Wanderjahre, was Tournier een zeer populaire schrijver, maar vooral bij mensen die zo cultureel waren dat ik bijna geen adem durfde te halen in hun nabijheid. Daarom sloeg ik deze schrijver altijd over, wat echt een misvatting blijkt te zijn. Na Vrijdag of het andere eiland, dat ik een maand of wat geleden las, ben ik opnieuw onder de indruk van de manier waarop hij zijn boeken opbouwt: ze vormen een almaar meanderende stroom van verhalen, terzijdes en aanvullingen, een geheel van fragmenten dat uiteindelijk, als je het boek uit hebt, als een geheimzinnig soort kathedraal voor je opdoemt.

Hij begint De meteoren met een meesterlijke alinea:

Op 25 september 1937 voerde een atmosferische storing, op weg van Newfoundland naar de Oostzee, grote hoeveelheden zachte, vochtige oceaanlucht naar het Kanaal. Om 17.19 uur stak er een westzuidwestelijke bries op, die de rok van de oude Henriette Puyoux, bezig op haar land aardappels te rooien, omhoogtilde, aan de markies van café des Amis in Plancoët rammelde, bruusk een luik terugklapte tegen het huis van dokter Bottereau aan de rand van het Forêt de la Hunaudaie, acht bladzijden omsloeg van Aristoteles’ Meteorologica, waarin Michel Tournier op het strand van Saint-Jacut lag te lezen, een wolk van stof en stofdeeltjes over de weg naar Plélan joeg, het gezicht van Jean Chauvé die met zijn boot de baai van de Arguenon binnenvoer met stuifwater overgoot, het ondergoed van de familie Pallet deed bollen en dansen aan de lijn waaraan het te drogen hing, de windmolen van boerderij Les Mottes over zijn toeren joeg en een handvol goudgele bladeren rukte van de berken in de tuin van La Cassine.

Tournier zoomt in op een dorp kort voor de oorlog, waar bijna niets gebeurt, er steekt een bries op. En toch is het uit die bries dat het hele verhaal tevoorschijn komt, als een kuiken uit het ei. Het verhaal wordt steeds groter en alles omvattender, maar in het begin was daar die bries. Michel Tournier kan instaan voor de waarheid van de mededeling, want hij was er zelf bij en hij lag, hoe toevallig is dat, een boek van Aristoteles te lezen, een boek met een voor deze roman wel erg toepasselijke titel. Het is net alsof Tournier even huppelt, voordat hij aan zijn roman begint, kijk mensen, dit kan ik, en daarna gaan we over tot het echte werk.

Dwergplaneet Ceres en De meteoren hebben niets met elkaar te maken, maar toch wel. Zoals de dwergplaneet op onverklaarbare wijze kan veranderen, zo verandert Tournier soms van register, of vertelt hij op een bruuske manier nu eens dit, dan weer een ander verhaal: je ziet het boek onder je ogen ontstaan, veranderen, zich ontwikkelen, als eb en vloed werken, en je kunt niet precies zeggen wát er allemaal gebeurt, en hoe Tournier ’m dat flikt, maar het gebeurt wel. Het is streng vormgegeven onduidelijkheid, zoals heel veel ‘groot’ proza dat is. Je kunt er je vinger op leggen en je snapt er niks van.

De onbegrijpelijkheid, of onvatbaarheid, van sommige belangrijke kunstwerken heeft mij altijd geïntrigeerd. Waarom blijft er, als je iets leest of ziet waardoor je wordt aangegrepen, altijd iets over dat je niet kunt vatten? Waarom is, om maar een werk te noemen, het zelfportret met twee cirkels van Rembrandt van onder tot boven ‘verklaarbaar’ en uit te leggen (Joost Zwagerman zou het hebben gekund, bedoel ik maar te zeggen) en is het toch elke keer dat je het ziet zo aangrijpend en onvatbaar dat je wel lucht moet geven aan een zekere ontroering, om er niet in te verstikken? ‘Ja, waarom?’ zoals mijn vriend Rutger zou zeggen. ‘Ja, waarom? Dat is een goede vraag.’

Rutger had ik nodig als brug naar het slot van dit verhaal. Gisteren luisterde ik namelijk samen met hem naar de Concertzender. Dat doen we soms: hij in Den Haag, ik in Utrecht, en dan chatten we over wat we horen. Het is heel gezellig. Net alsof je de open haard hebt aangestoken. Er is wijn, hoewel ik niet meer drink. Een schaaltje noten. Kaas. Enfin. We hadden gisteren geluk, want Billie Holiday was aan de beurt. Meer dan een half uur zuchtte zij zich door het leed, haar door anderen en zichzelf aangedaan, heen. Die prachtige muziek. Die doorleefde stem. Die… timing. Die teksten. Alles klopte, daar waren we het over eens. Buiten was het donker. Het was nog wel warm, maar niet meer zo idioot warm als een week geleden. Klaas Vaak had zijn emmertje met zand al in de aanslag. Hij wachtte er nog even mee, totdat we uitgeluisterd waren, en echt moe.

Op een gegeven moment, tijdens alweer een je hart in kleine snippers trekkend nummer over eenzaamheid, zei Rutger: ‘Dit mag ze een man eigenlijk niet aandoen, op dit uur.’ En dat vatte het allemaal samen: de dwergplaneet Ceres, Michel Tourniers proza, Rembrandt, Billie Holiday. Ze mogen het een mens niet aandoen, maar ze doen het toch. Omdat het moet, en omdat het iets duidelijk maakt, iets wat we zelf niet kunnen (of durven te) formuleren.

Advertenties

Een gedachte over “De dwergplaneet Ceres: something mysterious

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s