Denken aan Joseph Roth

Hotel Savoy in Łódź. Nog steeds te bezichtigen.

Hotel Savoy in Łódź. Nog steeds te bezichtigen.

Omdat ik volgende week naar Oostende ga, denk ik aan Joseph Roth. De schrijver verbleef ook een poos in deze stad, maar niet in een van alle gemakken voorzien appartement aan de Hertstraat. Hij moest er, zoals altijd sinds hij in 1933 uit zijn taalgebied in ballingschap was gegaan, bedelen om het bestaan. Vaak deed hij dat bij Stefan Zweig – een veel minder goede schrijver dan Roth, maar wel veel rijker en soms bereid om zijn vriend uit de nood te helpen; al had Roth toch wel wat te jammeren over de selectieve vrijgevigheid van de wereldberoemde Stefan, bijvoorbeeld als die hem alleen een afgedragen jasje gaf, zonder de bijpassende broek. Roth vond, terecht overigens, dat hij beter (en vooral meer) verdiende.

De stijl van Roth is ontwapenend. Niet alle schrijvers kunnen dat, een alinea schrijven en je dan meteen inpakken. Roth komt altijd razendsnel ter zake, slaat alles wat voor de tekst overbodig is over en trekt je het verhaal in. Dat is niet zozeer een talent, het is een gave, en die gave heb je (zoals Roth, of Georges Simenon bijvoorbeeld, of Knut Hamsun) of die heb je niet (en dit geldt helaas voor heel veel auteurs). Roth lijkt niet in staat om een vervelende tekst te schrijven. Een voorbeeld van zijn stijl, de openingsalinea’s van Hotel Savoy:

Ich komme um zehn Uhr vormittags im Hotel Savoy an. Ich war entschlossen, ein paar Tage oder eine Woche auszuruhen. In dieser Stadt leben meine Verwandten – meine Eltern waren russische Juden. Ich möchte Geldmittel bekommen, um meinen Weg nach dem Westen fortzusetzen.
Ich kehre aus dreijähriger Kriegsgefangenschaft zurück, habe in einem sibirischen Lager gelebt und bin durch russische Dörfer und Städte gewandert, als Arbeiter, Taglöhner, Nachtwächter, Kofferträger und Bäckergehilfe.
Ich trage eine russische Bluse, die mir jemand geschenkt hat, eine kurze Hose, die ich von einem verstorbenen Kameraden geerbt habe, und Stiefel, immer noch brauchbare, an deren Herkunft ich mich selbst nicht mehr erinnere.

Roth is heel concreet en houdt alles toch min of meer onbestemd, wat meteen ruimte geeft aan het sprookjesachtige dat veel van zijn verhalen kenmerkt. De ik-persoon bevindt zich in Hotel Savoy (in Łódź), keerde terug uit de oorlog en biedt een wat haveloze aanblik. Vooral die laarzen, ‘an deren Herkunft ich mich selbst nicht mehr erinnere’, zijn natuurlijk heel sterk. Wat dit personage als krijgsgevangene heeft meegemaakt, je komt er nooit achter, maar het was niet heel veel fraais. En de tocht naar het hotel lijkt me ook geen triomftocht te zijn geweest. Nu hij er is, kan het nieuwe leven, het naoorlogse leven beginnen. Althans, dat denkt deze Gabriel Dan:

Zum erstenmal nach fünf Jahren stehe ich wieder an den Toren Europas. Europäischer als alle anderen Gasthöfe des Ostens scheint mir das Hotel Savoy mit seinen sieben Etagen, seinem goldenen Wappen und einem livrierten Portier. Es verspricht Wasser, Seife, englisches Klosett, Lift, Stubenmädchen in weißen Hauben, freundlich blinkende Nachtgeschirre wie köstliche Überraschungen in braungetäfelten Kästchen; elektrische Lampen, aus rosa und grünen Schirmen erblühend wie aus Kelchen; schrillende Klingeln, die einem Daumendruck gehorchen; und Betten, daunengepolsterte, schwellend und freudig bereit, den Körper aufzunehmen.

Maar ja, natuurlijk gaat dat allemaal niet door. Want de poort van Europa, en Europa zelf, wordt bedreigd door een tekort aan werk, geld en politieke stabiliteit. In Duitsland en in de rest van Europa is het crisis, in Rusland woedt de revolutie, het keizerrijk is met een zucht ineengestort, Hitler werpt zijn schaduw vooruit. Het is niet zo moeilijk om de parallellen met dit door Juncker en Erdogan geteisterde Europa te zien, al is dat natuurlijk een klein beetje gratis retoriek van mij. Juncker en Erdogan zijn niet te vergelijken met Hitler, al zijn het allebei politici die een machtsdroom hebben waaraan ze zich nogal flink kunnen vertillen – en het is dan maar de vraag wie voor de spierpijn die dat tot gevolg heeft mag opdraaien.

Joseph Roth hoefde geen ziener te zijn om het uit elkaar vallende Europa in zijn romans, waaronder dit Hotel Savoy, te portretteren. Hij was de scherpe observator die al snel doorhad dat het in Duitsland de verkeerde kant opging en dat het daarna in de rest van Europa niet veel beter zou worden. Roth is de eerste die in een werk van fictie de naam Hitler noemt, in Das Spinnennetz uit 1923. Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam en de boeken van Roth, een jood uit Galicië op de koop toe, werden verboden, bracht hij de zes jaar die hem nog restten door als vluchteling, afgesneden van zijn taalgebied en van de landen waarin hij als schrijver en journalist zijn geld verdiende. In een brief aan Stefan Zweig schreef hij kort na zijn emigratie:

Inzwischen wird es Ihnen klar sein, daß wir großen Katastrophen zutreiben. Abgesehen von den privaten – unsere literarische und materielle Existenz ist ja vernichtet – führt das Ganze zum neuen Krieg. Ich gebe keinen Heller mehr für unser Leben. Es ist gelungen, die Barbarei regieren zu lassen. Machen Sie sich keine Illusionen. Die Hölle regiert.

Die oorlog heeft hij goed voorspeld, De ironie wil dat hij een paar maanden ervoor is gestorven. In Parijs. Aan een totale ineenstorting, als gevolg van zijn nogal brisante drankgebruik. Totaal berooid. Die Welt von Gestern, die zijn vriend Stefan Zweig kort voor zijn zelfmoord in 1942 zou beschrijven, was definitief voorbij toen de eerste kogels om de eerste Poolse oren floten. Als er nog mensen waren die zich illusies maakten, dan waren die daar toen wel van genezen. De hel zou een jaar of zes duren en daarna zou Europa opnieuw totaal veranderen.

In Hotel Savoy laat Roth Gabriel Dan ergens zeggen: ‘(…) ich weiß nicht, was ich bin. Früher wollte ich Schriftsteller werden, aber ich ging in den Krieg, und ich glaube, daß es keinen Zweck hat zu schreiben. – Ich bin ein einsamer Mensch, und ich kann nicht für alle schreiben.’ De roman is uit 1924 maar deze zin is een mooie typering van de schrijver Roth tussen 1933 en 1939. Hij woonde niet meer in zijn taalgebied. Het oude keizerrijk (Roth was een overtuigd aanhanger van de keizer en hij was op een sentimentele manier zeer katholiek, hij meende dat de kerk en de keizer als enige in staat waren om het bruine gevaar te keren) was er niet meer. Alles waar Roth in geloofde, werd bedreigd. En toch heeft hij, tegen de klippen op, geschreven. Voor iedereen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s