We blijven achter met een bed vol dromen

Goed, hier volgt een waarschuwing: dit wordt een stukje waar de melancholie van afdruipt, de melancholie en het heimwee. Klaar? Dan is het goed. Het was 2014 en ik woonde nog bij Renate, maar was al verliefd op Leonie. We hadden elkaar nog niet in het echt gezien, Leonie en ik, en toen ik dankzij mijn boek Een zoon van Limburg op moest treden in Venlo, hadden we een gelegenheid. De uitgever betaalde ons hotel: hotel New York, vlakbij het station. Ik boetseerde een programma van drie dagen om ons illegale samenzijn heen.

Ik ben niet trots op dat weekend, al zou ik het nooit hebben willen missen, maar het zorgde er wel voor dat ik een vrijheid kreeg die ik al zestien jaar kwijt was. En hoewel ik dat heel lang niet door had: dat was de bedoeling van alles wat er toen gebeurde. Het ging niet om Leonie en mij, of om die dagen in Venlo (een veel mooiere stad dan je zou denken), nee, het ging erom dat ik een keuze maakte: ik ging weg uit het huis waarin ik met Renate woonde en ik wist niet zeker of ik er ooit terug zou kunnen komen. Ik zou er nooit meer terugkomen.

Ik weet alles nog. Het hotel. Het bed. De regenbui van krullen die Leonie was. Haar vel. Ik weet nog dat ze moest lachen toen ik mijn overhemd kapot scheurde aan de klink van de douche. Ik weet nog dat Leonie en ik door de stad liepen, hand ik hand, en ik weet ook nog dat ik op een bepaald moment, hoe verliefd ik ook was, dacht: ‘Ik zal de rest van mijn leven zonder jou verder moeten.’ Ik weet dat dat weekend fungeerde als een breekijzer, ook al was het enige waar ik me druk om hoefde te maken het zachte lichaam van iemand anders, de huid van iemand die me vertelde dat ik verder moest, alleen.

Op zondag, voordat ik moest optreden in Venlo, ging Leonie weer naar huis toe. We waren vrijdag, zaterdag en zondagochtend samen geweest en het was voorbij, dat wil zeggen: dat deel van onze korte omgang was voorbij. Ik bracht haar naar het station en ik herinner me tot vandaag hoe ze daar liep, onhandig groot, haar linkerbeen een beetje uitwijkend naar links, richting het station. Ze draaide zich één keer om en daarna draaide ze zich niet meer om. Ze was al weg, de trap op, het station in, de trein naar Nijmegen, waar ze moest overstappen, zou bijna vertrekken.

Ik trad op in De Maaspoort, in het programma van Frans Pollux. Wat ik allemaal gezegd heb, of gedaan, weet ik niet meer precies. Ik weet alleen dat het goed ging, dat Pollux een paar nummers van Bruce Springsteen in het Limburgs deed, dat ik bijna verliefd werd op Emile Szarkowicz en dat na afloop niemand mijn boek wilde kopen. Waarschijnlijk had iedereen het al. Ik weet nog dat ik Frans bewonderde, omdat hij alles zo losjes presenteerde. Springsteen in het Limburgs heb ik nog weken gezongen, stiekem, voor mezelf. Het was een bizarre middag, zo zonder Leonie, met haar nabeeld nog op mijn netvlies.

Daarna reisde ik naar huis, dat wil zeggen, naar het huis dat tot die tijd mijn huis was geweest. De deur was dicht en ik draaide me, opgelucht, om en liep opnieuw naar het station. Ik ging naar Leonie, waar ik drie weken heb gelogeerd. Daarna gingen we uit elkaar. Ik was vrij.

Advertenties

Een gedachte over “We blijven achter met een bed vol dromen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s