Dichters van het nieuwe millennium (1)

9789460042669_Dichters-van-het-nieuwe-millennium1-1024x918Bij de lezing van Dichters van het nieuwe millennium, Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw (voortaan: DvhNM), een boek onder redactie van Jeroen Dera, Sarah Posman en Kila van der Starre.

Alles kan ik verdragen. Het verdorren van de bomen, in een laat seizoen, stervende bloemen, in de knop gebroken, het hoekje aardappelen kan ik met droge ogen zien rooien, daar ben ik werkelijk hard in. Maar jonge wetenschappers in zelf-volgeschreven boekjes, heel vlijtig bij elkaar getypt, ze zijn een beetje slap nog en gewend te luisteren naar hun baas, die wetenschappers – hoe ze in en uit hun eigen bedjes stappen, incest bedrijvend: nee.

De eerste bladzijden van DvhNM geven veel aanleiding tot gemijmer. ‘Ik was erbij,’ zou ik kunnen zeggen, bij de periode die de redactie in kaart laat brengen. Ik heb met eigen ogen gezien hoe de wereld van de Nederlandstalige poëzie in die jaren vorm kreeg, of een nieuwe vorm kreeg. Ik heb de lengte van sommige tenen proefondervindelijk getest. Ik heb ervaren dat veel dichters, redacteuren en andere figuren die zich als mosselen op ‘de poëziewereld’ hebben vastgezet, beschikken over een geheugen waarbij vergeleken dat van de Rolo-olifant heel slecht is. Het waren leerzame jaren, mag ik wel zeggen, die ik voor geen goud had willen missen (al zou ik ze onder geen enkele voorwaarde willen overdoen).

Het begint al meteen fijn: ‘Deze uitgave werd mede mogelijk gemaakt door de gewaardeerde financiële ondersteuning van het Poëziecentrum en OSL (Onderzoeksschool voor Literatuurwetenschap).’ Heel aardig, van beide instituten, maar op bladzijde 67 staat een artikel van Carl de Strycker, directeur van (hela) het Poëziecentrum. Blijkbaar was hij de aangewezen persoon om de poëtica van Geert Buelens voor zijn naar kennis smachtende volk uit de doeken te doen. Het heil komt van alle kanten, uit het ‘torenken’ in Gent.

Op bladzijde 10 van het boek zeggen de nijvere redacteuren en inleiders iets wat mijn gemijmer tot grote hoogte bracht. Na de constatering dat de poëzie, ondanks alle rumoer eromheen, nog steeds een ‘nichekarakter’ heeft, en dat ‘het papieren circuit’ onder druk staat (wat een vriendelijke formulering is van het gegeven dat de meeste bundels helaas niet goed verkopen en tijdschriften voor of over poëzie alleen worden gelezen door hardcore-liefhebbers en onverbeterlijke flagellanten), stellen ze:

De Poëzienotities van Jeroen Mettes (2005-2006), het weblog De Contrabas (2005-2015) van Chrétien Breukers (en in eerste instantie ook Ton van ’t Hof) en het bredere literatuurkritische platform De Reactor behoren inmiddels tot de ongeschreven canon van de digitale poëziekritiek. Het internet biedt echter ook onderdak aan een schat van ongepubliceerde poëzie, zowel traditioneel als multimediaal. Internettijdschriften als Meander en Samplekanon verschijnen niet op papier, maar kunnen – mede door Googles zoekfunctie – op vele bezoekers rekenen. Meander heeft bijvoorbeeld meer dan vierduizend abonnees.

Ach ja, Jeroen Mettes. Een korte poos was hij de lieveling van poëticaal Nederland, maar ja: de jongen bewees over weinig uithoudingsvermogen te beschikken en koos al redelijk snel voor het eeuwige leven. Op zich geen verwerpelijke keuze, al heb ik persoonlijk een lijst met namen van mensen die dat wat mij betreft beter hadden kunnen, of mogen, doen. Zijn losse notities en ‘gedichten’ werden uit de kluisters van hun internetomgeving bevrijd en in een boek samengebracht. Dat boek wordt tot op de dag van vandaag vooral genoemd, maar door niemand gelezen. De aan zijn werk gewijde website, met ondersteuning van allerlei fondsen ‘ontwikkeld’, wordt niet bijgewerkt en staat als een monument van onvermogen op het wereldwijde web (en is via Google inderdaad gemakkelijk te vinden).

Meander is sinds de dood van Joop Leibbrand (moge hij rusten in vrede) verworden tot een lieve website waarop leraren Nederlands en gevoelige huisvrouwen hun haakwerkjes plaatsen. Samplekanon is een lief, maar zeer marginaal netwerkdingetje, waar opstandige jongeren het werk van opstandige jongeren publiceren en becommentariëren. Maar om nu van ‘een schat van ongepubliceerde poëzie, zowel traditioneel als multimediaal’ te spreken, dat zou een beetje wetenschapper toch eerst eens moeten bewijzen, of in elk geval met voorbeelden proberen te staven.

Veel listiger is de zin die Dera, Posman en Van der Starre opnemen over het levende bewijs dat internet ook saai kan zijn literatuurkritische platform De Reactor. Want hoezo is deze weblog onderdeel van de ‘ongeschreven canon van de digitale poëziekritiek’? Omdat Dera en Posman er als recensent aan verbonden zijn? Of omdat er sinds begin mei vijf stukken over poëzie op De Reactor zijn verschenen: twee recensies en drie signalementen? Dat getuigt toch niet van een grote rol in de voorhoede van de poëziekritiek, zou ik zeggen, zeker niet als je bedenkt dat er net in deze periode aardig wat bundels verschijnen. Het verdwenen Poëzierapport van Philip Hoorne (waar ik soms ook aan mocht meewerken) bood meer, maar is blijkbaar niet tot de canon doorgedrongen. En in de gemiddelde krant verschijnen nog steeds meer besprekingen van nieuwe bundels of artikelen over poëzie dan op De Reactor.

Nu zijn we dus pas op bladzijde 10. Het mooiste moet nog komen, hoop ik. Want de inleiding van het drietal schiet alle kanten op, en ze laten de lezer in de slotzinnen van hun voorwoord sowieso met lege handen achter: ‘De lezers van het nieuwe millennium krijgen geen sleutel aangereikt. Waarom de poëtische plooien glad strijken? Betekenis ontstaat in de verwikkelingen van de tekst, in de verhoudingen tussen teksten, werelden, en sprekende – of stiftende – subjecten.’ Zo is het maar net, al is dat natuurlijk een vorm van luiheid die zich verschuilt achter theoretische handigheidjes. Bovendien klopt wat de zeer geleerde samenstellers zeggen lang niet allemaal. Maar niet geaarzeld, want op bladzijde 19 wacht de eerste heerlijkheid: een artikel van Gaston (met zijnen basson) Franssen. Ik pak mijn leesbril en duik.

Advertenties

4 gedachtes over “Dichters van het nieuwe millennium (1)

  1. Pingback: Dichters van het nieuwe millennium (2): het veld – Weblog van Chrétien Breukers

  2. Pingback: Doorheengaan, voorbijgaan – Na ‘het’ postmodernisme – Klecks

  3. Pingback: Dichters van het nieuwe millennium (3 en slot): Het blonde beest – Weblog van Chrétien Breukers

  4. Pingback: Dichters van het nieuwe millennium: evenementen en recensies | Kila van der Starre

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s