Lezen (88): Marcellus Emants

lg_454Een nagelaten bekentenis las ik ooit, lang geleden, toen ik studeerde. Nu heb ik de zegeningen van DBNL ontdekt en herlas ik het boek in de trein, op mijn telefoon, ik begon erin tijdens een vertraging en kon het toen niet meer wegleggen. Ik herinner me dat ik het vroeger een goed boek vond, en dat is nog steeds zo. Sterker, volgens mij vind ik het boek nu beter dan toen ik begin twintig was. Waarschijnlijk komt dat door de bittere boodschap, die Emants in zijn ‘naturalistische’ stijl weet te verbergen: de mens is alleen en is alleen in staat tot het slechtste en daarna is hij alleen bereid om het slechtste wat in hem is verborgen te houden. Wel lekker.

Het is een biechtroman, zoals er zo veel zijn, maar Emants heeft een element toegevoegd dat wel nieuw is, of in elk geval niet vaak voorkomt: hij zegt meteen in de eerste zinnen wát er is gebeurd, hij geeft de clou weg voordat het boek echt is begonnen: ‘Mijn vrouw is dood en al begraven. Ik ben alleen in huis, alleen met de twee meiden. Dus ben ik weer vrij; maar wat baat me nu die vrijheid? Ten naastenbij kan ik krijgen, wat ik sinds twintig jaar – ik ben vijf en dertig – verlangd heb; maar thans durf ik ’t niet nemen en zoo heel veel zou ik er toch niet meer van genieten.’

Na deze opening denkt de lezer meteen dat de verteller, de rentenier Willem Termeer, zijn vrouw Anna heeft vermoord, maar dat zégt hij niet. Hij zegt dat namelijk pas op bladzijde twee: ‘Zo dikwijls ik in de spiegel kijk – nog altijd mijn gewoonte – verbaast het me, dat zo’n bleek, tenger, onbeduidend mannetje met doffe blik, krachteloos geopende mond – velen zullen zeggen: dat mispunt – in staat is geweest zijn vrouw…. de vrouw, die hij op zijn manier toch lief heeft gehad….. te vermoorden.’ Maar goed, het is al snel en daarna moeten we nog meer dan tweehonderd bladzijden verder. In een Engelse detective zou dit niet kunnen.

Emants leidt ons toch met gemak door de resterende bladzijden. Zijn ‘moderne’ manier van vertellen, maar vooral toch de soms jankerige en dan weer harde toon van de verteller Willem Termeer, die verrassend hedendaags is soms, maken het een genot om hem te volgen op zijn moeizame weg door het leven. Ik kreeg niet zozeer sympathie voor hem, en medelijden bleef ook uit: ik wilde weten hoe hij zich uit de bochten die hij voor zichzelf had aangelegd zou wringen. Of, vooral: niet wringen. Willem Termeer is er namelijk niet het type naar om zichzelf te bevrijden.

Willem Termeer is meer iemand die rond blijft lopen in cirkels die hij zelf voor onontkoombaar vindt. Daarin is hij een zuiver product van de naturalistische literatuurbeschouwing die Marcellus Emants aanhing, al weet hij dat zelf natuurlijk niet. Emants heeft, wie zal het zeggen, iets van zichzelf in Termeer gelegd, maar hij heeft zich denk ik ook geamuseerd met de hopeloosheid van zijn streven: ‘Van die verbittering, waartegenover geen liefde stond, was ik me reeds op mijn twaalfde jaar helder bewust; maar vele jaren van aanhoudende zelfbeschouwing en zelfontleding zijn nodig geweest om me te doen begrijpen, hoe i was opgegroeid en waarom i onuitroeibaar moest blijken.’

Emants is iemand die zijn personage geen lucht geeft. Willem Termeer en zijn vrouw Anna zijn twee vliegen die onder een glas zijn gevangen. Hij laat ze allebei, onder de snijdende punt van zijn pen, dansen naar de luimen die hij voor goed en waar houdt. Daarin is hij net zo ‘genadeloos’ als bijvoorbeeld Arnon Grunberg, die zijn personages soms ook als zetstukken gebruikt. Er loopt dan ook een misschien niet kaarsrechte, maar wel redelijk rechte lijn tussen deze twee auteurs. Grunberg als de Emants, en de naturalist, van deze tijd. Dat is overigens een compliment voor allebei.

Schrijnend is het slot van het boek. Termeer komt de crisis die de moord veroorzaakte weer een beetje te boven en overweegt om het contact met zijn minnares Carolien, die zijn gruwelijk vastgelopen huwelijk een beetje heeft opgefleurd, in ruil voor een flink deel van zijn vermogen, weer aan te knopen. De slotregels: ‘Als ik haar nu eens alles bekende en tegelijkertijd de beschikking aanbood over mijn hele fortuin; zou ze me dan om die daad…. om die misdaad…. niet willen…. niet kunnen…. liefhebben?’ Wij weten dat ze dat niet kan doen, maar dat hij het zich afvraagt is zo mooi dat we het hem bijna zouden gunnen.

Ik hou niet van aanbevelende teksten als ‘lees dit boek’ of ‘met dit boek heeft [naam auteur] een boek geschreven dat zowel actueel als tijdloos is’, maar ik vind wel dat iedereen Een nagelaten bekentenis moet lezen, en dat Emants met zijn ‘huwelijksroman’ een boek heeft geschreven dat zowel actueel is, als tijdloos. Hij stelt eeuwige vragen (‘hoe moet ik leven?’ ‘hoe ben ik geworden wie ik ben?’) en doet dat op een manier die na meer dan honderd jaar nog toegankelijk is.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s