Schubert loopt even alles door

Schubert schreef het Strijkkwintet in C-majeur (D956, opus postuum 163) twee maanden voor zijn dood. Hij was pas 31. Hoewel hij, zoals bijna alle mannen in die tijd, leed aan syfilis, stierf hij aan tyfus. Het waren ruwe tijden, zonder ziekenfonds. Er zijn dingen die iedereen weet, of voelt, en die niemand kan zeggen of uitbeelden. Hoewel. Soms is er een schrijver die dat, via een omweg, kan benaderen. Of een schilder die je om het hoekje laat kijken. Of een componist en muzikant die, zoals Schubert, laat horen dat het er is, luister maar goed, zo zit de wereld in elkaar – en aan het eind ga je weliswaar dood, maar dat geeft niet. Het was soms heel erg mooi, bijvoorbeeld toen, aan het eind van het adagio, je was een dag aan zee met iemand en het was mooi weer en daarna zijn jullie pizza gaan eten van de Albert Heijn, omdat jullie geen zin hadden om uit te gaan.

Schubert stierf in 1828 en het kwintet werd pas in 1850 voor het eerst opgevoerd. Hij heeft het zelf dus nooit in het echt gehoord. Critici vonden het stuk aanvankelijk te ‘ongepolijst’. Het was allemaal een beetje te heftig, voor de heren. Al die gevoelens en dissonanten! Daarna is het goed gekomen en nu is het kwintet een van de vaste nummers op het repertoire van alle kamerensembles. Helaas spelen die meestal voor de grijze golf. Daarom is het jammer dat Schubert niet meemaakte dat het stuk werd geciteerd in Dead on time, aflevering 21 van Inspector Morse. De muziek werd plotseling ‘gebruikt’ in een serie die voor een groot publiek bestemd was. Schubert schreef namelijk muziek die voor het dagelijkse leven was bedoeld, niet voor een paar mensen met een jaarabonnement.

Schubert schijnt weinig te hebben gesproken over zijn gevoelens. Hij maakte altijd een vrolijke indruk, zeggen zijn vrienden. Als je zijn muziek hoort, is dat bijna onvoorstelbaar. Of hij hield die gevoelens zorgvuldig verborgen en sprak ze alleen in zijn muziek uit, of hij was per ongeluk geniaal en vertolkte gevoelens die hij gewoonweg niet had. Dat laatste lijkt me zeer onwaarschijnlijk. In zijn biografie Schubert schrijft Hans J. Fröhlich dat Schubert een soort doodsdrift bezat: hij sprong onverschillig met zijn lichaam om, werkte zich letterlijk kapot, dronk en rookte veel. Alsof hij geen zelfmoord wilde, of kon, plegen en het daarom op een andere manier aanpakte. Het ongezonde lichaam dat een geniale geest maar heel kort kan omhullen, zoiets.

Nou ja, veel rond Schuberts leven is romantiek en interpretatie. Wat overblijft is de muziek. In dit strijkkwintet, met twee cello’s in plaats van een extra altviool, wat het allemaal net iets duisterder maakt, en dat is eigenlijk wel lekker, loopt Schubert even alles met ons door – van het allegro ma non troppo via het adagio en het scherzo presto, dat wordt besloten met een adante sostenuto, naar het allegretto. Zo gaat Schubert zijn muziekstuk (en zijn leven) uit: in een matig snel tempo. Als je redelijk snel bent, kun je hem nog net bijhouden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s