Neurotisch lezen

vdi9789023456568Gisteravond las ik het eerste boek van Die Leiden des jungen Werthers. Niet omdat ik een aanval van cultuur had, maar omdat Roland Barthes regelmatig naar het boek verwijst in zijn studie Uit de taal van een verliefde en die ben ik aan het herlezen omdat ik wil weten of Barthes de tand des tijds heeft doorstaan, voor mij (en het antwoord is: deels). Omdat ik voor mijn nieuwe roman ook iets wil weten over Franz Schubert bladerde ik tussen de bedrijven door in Schubert, de biografie van Hans J. Fröhlich. Een moeizaam boek, want Fröhlich wil alle zinnen die hij schrijft tot de nok toe vullen met zijn kennis en hij hanteert een Duitse slopersstijl die alleen bij grootheden als Johann Wolfgang von Goethe of Thomas Mann wel fijn is.

Maar er is meer. Ik bekeek De raadselachtige Multatuli, een boek dat ik erg goedkoop kon verwerven (potloodaantekeningen in de marge, beetje verfomfaaid exemplaar); soms heb ik namelijk het idee dat ik me in Multatuli moet gaan verdiepen, en in W.F. Hermans. Tot slot las ik in Voer voor psychologen van Harry Mulisch, omdat ik de laatste maanden af en toe een boek van Mulisch ter hand neem en van de ene bewondering in de andere val. Na De procedureHoogste tijd en archibald strohalm kwam ik via Het seksuele bolwerk uit bij Voer voor psychologen. Soms denk ik dat Mulisch en Hermans toch groter zijn dan Gerard Reve. Ik weet niet of dit vloeken in de kerk is. De ‘grote drie’ zijn geloof ik al langer aan erosie onderhevig.

Leuk hoor, al die boeken, niet in het minst omdat je ze tegenwoordig al voor twee tot vijf euro kunt kopen, maar ik merkte gisteren wel dat ik, bladerend en boek-hoppend, enigszins nerveus werd van mijn eigen leesgedrag. Ik dacht: Jongen, doe eens rustig aan en begin met één boek. De rest kan wachten. Helaas, er was geen ordenen meer aan, ik bleef schakelen tussen Barthes, Goethe, Fröhlich, Hermans en Mulisch en toen ik naar bed ging, was ik ‘so klug als wie zuvor’. Vandaag ga ik me beperken. Ik weet nog niet tot wie. Of zal ik in een heel ander boek beginnen en deze stapel even laten wachten, voor straf, omdat ik er zo wierig van werd?

Dit neurotische gelees duurt nu al een week of drie en is mijn persoonlijke voer voor een geduldige therapeut. Harry Mulisch schrijft in zijn Voer voor Psychologen: ‘Doe niets en let scherp op. De afgrond, die dan in anderen opengaat, of niet, dat ben jij.’ Het is mooi om te weten en ik hoop dat ik er wat aan heb. Ik ben nog nooit in behandeling gegaan voor leesgedrag, in die zin zit ik stil. Nu nog leren opletten. Of een psycholoog er raad mee zou weten, met mijn leesstoornis (als het er al een is)? Ik heb geen idee. Misschien word ik wel uitgelachen, als ik me meld, of krijg ik een langdurig leesverbod. En ondertussen troost ik me met nog een woord van Mulisch: ‘Niet de schrijver, de lezer moet fantasie hebben.’ Een uitspraak die zomaar van Multatuli had kunnen zijn. Die schreef: ‘Een schryver die tyd heeft om alles uitteleggen, heeft niet veel te schryven. Een lezer die geen tyd heeft te vragen ‘‘wat is dat?’’ hoeft niet te lezen.’

Misschien ga ik vanavond wel schrijven.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s