Providence

Providence-posterPeter Abelsen raadde me de film Providence aan, van Alain Resnais. Ik herinnerde me L’Année dernière à Marienbad en had er niet meteen haast mee. Toen hij aandrong, zat er niets anders meer op. Ik zou de film gaan zien. Gelukkig maar. Het is namelijk een meesterwerk, althans, voor zover ik dat kan beoordelen vind ik het, gelet op alle films die ik heb gezien, en dat zijn er nog steeds niet idioot veel, een meesterwerk. Niet zozeer om hoe er is gefilmd of om het verhaal dat via beelden wordt opgeroepen, maar om de dingen die ik tijdens het kijken zelf overdacht.

John Gielgud speelt een oudere schrijver. Hij lijdt en worstelt met de ouderdom, is stervende en in het bezit van een funeste schrijfblokkade. Nachtelijke visioenen (of zijn het geen visioenen?)  drijven zijn gedachten allerlei richtingen op. Gielgud schuift een aantal personages heen en weer in een poging om een nieuw (laatste?) boek te bedenken. Hoe meer hij drinkt, hoe ‘vreemder’ de gebeurtenissen worden die hij voor zich ziet.

Tijdens het kijken dacht ik na over voor mij interessante vragen. Bijvoorbeeld: Hoe schrijf je over mensen die nog leven en die je goed kent, bijvoorbeeld omdat je familie van ze bent, of omdat ze met je zijn bevriend? Mag je alle verhalen die ex-geliefden je vertelden gebruiken in een boek? Staat het schrijverschap boven de vriendschap, boven de liefde?

In Providence laat Resnais, of misschien was het de scriptschrijver David Mercer, die vragen een beetje in de lucht hangen. Ze spelen wel mee, maar Gielguds gedachten worden niet gematerialiseerd en daarom hoeven die vragen niet echt te worden beantwoord; er komt geen boek, er volgt alleen een familiereünie waarin de personages plotseling een andere rol blijken te vervullen dan tijdens het grootste deel van de film. Dirk Bogarde is vooral in het slotgedeelte van de film onweerstaanbaar.

Uiteindelijk zijn de nachtelijke visioenen van John Gielgud, de gebeurtenissen waaraan hij de personages onderwerpt, de beelden die Resnais uitzoekt bij de woorden van Mercer, uiteindelijk is alles een spel, maar wel een heel erg mooi spel en een spel dat draait om fundamentele zaken, over zaken die de verhoudingen tussen alle personages die voorkomen in de film bepalen. De kijker moet overigens zelf bepalen welke zaken fundamenteel zijn. Resnais onthoudt zich van commentaar. Hij heeft zich uit zijn eigen film teruggetrokken.

Maar waar gáát die film dan over, volgens mij? Helaas kan ik dat na een keer kijken niet zeggen. Providence is zo ‘impressionistisch’ dat elke betekenis zich er aan lijkt te onttrekken, of er op afketst. Vroeger vond ik dat irritant. De laatste jaren niet meer zo; mijn eigen angst voor niet-betekenis is grotendeels verdwenen. Ik kan prima leven met (mooie) beelden die nergens bij lijken te horen, want ik weet heel zeker dat ze hun betekenis ooit onthullen – of niet, en dan is het ook goed.

Kortom: ik ga aan de Resnais. Eerst maar eens terug naar Marienbad en daarna een stuk of vijf andere films te pakken zien te krijgen. De krochten van Marktplaats en Bol.com in. Desnoods via Torrents naar het licht. Peter Abelsen reikte me een regisseur aan die ik jaren heb ‘gekend’ zonder hem te willen kennen, en aan deze misstand komt dankzij zijn interventie een eind.

Soms denk ik dat er nog zo veel is te ontdekken dat ik ongeveer 300 moet worden voordat ik ongeveer een fractie daarvan heb kunnen zien en lezen. Enerzijds is dat jammer, anderzijds komt het er, in de weinige jaren die we hebben, wel op aan – vanaf nu is het maar beter om steeds de goede keuze te maken, geen tijd te verspillen, te luisteren naar tips die je eerst niet gelooft.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s