Gewoon meteen dood

220px-Hamsun_bldsa_HA0341In het nieuwe boek dat ik ga schrijven (en grotendeels al geschreven heb), speelt een violist de hoofdrol. Maanden heb ik gedacht dat hij aan het eind zou sterven – en het boek schoot maar niet op. Tot ik een paar dagen geleden op het lumineuze idee kwam om hem gewoon in het eerste hoofdstuk al de das om te doen. Waarom wachten tot het laatste hoofdstuk, als je iemand al meteen dood kunt laten gaan? Ineens ‘klopte’ alles. Het materiaal dat ik heb, kan ik herschikken. En de rest, na hoofdstuk 1, is flashback.

Mijn hoofdpersoon heeft (of had) twee grote liefdes. Noriko, een Japanse violiste, en Leah, een Nederlandse (en getrouwde, want je moet het jezelf niet altijd gemakkelijk maken) vrouw. Net zoals ik tobde over de dood van de hoofdpersoon, tobde ik over de manier waarop ik die twee vrouwen in het boek moest verwerken. Wie kreeg welk deel van het verhaal? In welk hoofdstuk mocht wie de hoofdrol spelen? Gisteren werd me dat, tijdens mijn avondwandeling, duidelijk: ze duiken gewoon op als ze voor de voortgang van het verhaal nodig zijn.

Sommige trucs liggen zo voor de hand dat je er soms maanden voor nodig hebt om de oplossing te vinden. Al die tijd zit je er met je neus bovenop. Kijk, daar ligt ze, je hoeft alleen maar even te knippen en te plakken en dan is alles goed. Het verhaal hoef je niet te ordenen, je moet het laten ontstaan zoals het nu eenmaal ontstaat. Maar nee, eerst moeten er maanden voorbijgaan en dan, ineens, alsof iemand een gordijn openschuift, zie je het.

Ik voel, als ik eenmaal weet hoe het moet, altijd een zekere opluchting, vermengd met lichte schaamte. Hè hè, ja, zo eenvoudig is het dus. Iedereen had het kunnen zien. Alleen ik zag het niet. Nú zie ik het wel, maar ik was lange tijd zo onnozel om er keer op keer overheen te kijken. Met ‘inspiratie’ heeft het niet veel te maken, helaas; het is eerder alsof ik, net als toen ik een kind was, uren met een schuifpuzzel bezig ben geweest en van het ene moment op het andere, alleen door het vakje linksonder een positie te verschuiven, het geheel kan overzien.

Schrijven is niet, zoals het cliché wil, schrappen. Schrijven is wachten. Waarop? Helaas mag je dat pas weten als het wachten voorbij is. Tijdens het wachten kom je, langzaam maar zeker, in een stemming die is gevuld met hoop en chagrijn. En met de zekerheid dat het deze keer niet gaat lukken. Het is voorbij. Déze keer laat het verhaal zich niet schrijven. Terwijl je weet dat alles goed komt. Je weet alleen niet wanneer.

Knut Hamsun laat ergens (maar in welk boek ook alweer? kan iemand mij die titel toefluisteren?) een personage dat je al zo’n honderd bladzijden volgt plotseling sterven. Het boek gaat nog heel lang door, maar het personage waar je aan gewend bent geraakt, is er niet meer. Je vraagt je nog enige tijd af waarom Hamsun dat nou heeft gedaan. Het was best een aardig personage. Waarschijnlijk had hij tijdens het schrijven plotseling genoeg van zijn eigen schepping. En na een fikse wandeling dacht hij: Die gaat eruit. Maar het was natuurlijk zonde om die honderd bladzijden weg te gooien.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s