Blogroll – prehistorie – paradox

Gisteren heb ik een blogroll aan mijn weblog toegevoegd. Ik zeg dit niet uit trots, of om reclame te maken, ik zeg dit omdat het mezelf verbaasde. Een blogroll is iets uit het stenen tijdperk van het web, dat ergens tussen 1999 en 2006 te situeren is. Door er een toe te voegen aan mijn blog, ga ik vrijwillig terug in de tijd; het is een daad van regressie, alsof ik na jaren te hebben gewerkt op een computer en een laptop ineens weer een elektronische typemachine ben gaan gebruiken. Het voelde heel aangenaam.

Weblogs waren, vanaf het begin van deze eeuw tot ergens rond 2008-2010, interessant omdat ze knooppunten van informatie vormden op het ongeorganiseerde, oceaangelijke wereldwijde web. Via weblogs kwam je op andere weblogs en websites. Het middel dat dit proces vooruithielp was de blogroll of, na 2006, de feeder, die het mogelijk maakte om berichten live door te geven, meteen nadat ze elders waren gepubliceerd. Dit werkte uitstekend en tot ieders genoegen totdat de sociale media voor de onvermijdelijke vooruitgang zorgden.

Facebook nam vanaf ongeveer 2008 de rol van informatieknooppunt over en daar voegde Twitter zich iets later bij. De positie van weblogs verzwakte. Het gekke is dat Facebook en Twitter de eventueel interessante informatie niet bundelen, maar juist voortdurend laten exploderen – ze veroorzaken een fallout van de hele dag op ons neerkomende weetjes, feitjes en verhalen. Er is kop noch staart te herkennen en alles wat wordt gemeld heeft dezelfde plek in de hiërarchie; niet alles is zozeer nieuws, het nieuws wordt gevuld met alles.

De laatste tijd ontstaat een zekere sociale-mediamoeheid. Mensen gaan van Facebook en Twitter en proberen het leven van voor 2008 te hernemen. Het bekendste voorbeeld van deze happy campers is Stephen Fry, die er een artikel over schreef dat ‘Off the grid’ heet. Hij zegt daarin iets interessants:

If this blog is read by 10,000 people (which will be a lot fewer, off course, than might have read it if I had stayed on Twitter) well, fine. Strangely, if I printed it samizdat style, by way of an old-fashioned Gestetner duplicator and it was read as a physical pamphlet by only 100 people, I would feel that it had connected far more and with far greater purpose and meaning. It is not about the numbers. It is never about the numbers. Don’t let them tell you otherwise.

Of het waar is weet ik niet. Wat ik wel weet is dat ik via Facebook en Twitter dagelijks berichten lees van schrijvers die heel veel ‘volgers’ hebben en die in hun taaluitingen niettemin niet verder komen dan een leerling van de tweede klas lagere school. Het aantal duimpjes onder die artikelen, of nee, onder de links naar die artikelen, is soms schrikbarend groot. Waarschijnlijk is een duim geven het nieuwe lezen, zoals Rutger H. Cornets de Groot me zei. Als ik die berichten niet zou lezen, hield ik tijd over.

Ik ben geen cultuurpessimist, omdat de cultuurpessimisten van tegenwoordig dommer zijn dan die van vroeger. Ik denk niet dat Facebook en Twitter de ondergang van het Avondland dichterbij brengen. Die ondergang, daar zorgt het Avondland zelf wel voor. Wat ik wel geloof is dat ik Facebook en Twitter of anders moet gaan gebruiken, of mijn accounts moet blokkeren.

Als ik dit allemaal overweeg stuit ik onvermijdelijk op een paradox. Een jaar geleden bracht ik mijn vriendenbestand op Facebook terug van rond de 1600 tot 700. Dat scheelt een hoop ellende. Het Facebookaccount van de Contrabas, goed voor meer dan 3000 vrienden, heb ik gedeactiveerd. Als ik een bericht op dit webblog (100-150 bezoekers per dag) zet, geef ik de link ernaar door via Twitter en Facebook. Vooral via Facebook trekt dat dan veel bezoekers. Als ik van Facebook ga, zal ik veel van die bezoekers verliezen.

Net als Alice moet ik, ook al wil ik het niet per se, voortdurend door de spiegel van het beeldscherm heenstappen en me, ondanks alles nog steeds onwennig, mengen in de digitale wereld. Had ik de naamsbekendheid van Stephen Fry, dan was een digitale zelfmoord geen enkel probleem. Mensen vinden hem toch wel. Dat hij alleen al durft te vermoeden dat 10000 mensen zijn blogpost lezen nu hij niet meer op Twitter zit, zegt genoeg. Zo veel lezers voor één bericht is enorm.

Maar ik, een gewone arbeider in de wijngaard van de Heer, moet af en toe aan de boom schudden. Anders vergeet u mij. Kortom: ik moet voortdurend schipperen tussen mijn verlangen naar de blogroll en naar de aandacht van een groep lezers. Ik moet, poserend achter mijn typemachine, op internet vertellen wat ik allemaal doe. Ik ben het product van een evolutie die nog alle kanten op kan: half mens, half sociaal mediadier.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s