Mens erger je niet!

260px-Menschenaergern.svgGisteren zat ik in de trein tussen Amsterdam en Utrecht van 23 over 12, de laatste ‘gewone’ verbinding voor het nachtnet ingaat. Het was druk en rumoerig. Tegenover me zat een vrouw die Zijde las, een boek van Alessandro Baricco. Het kostte me bijna een paar nekwervels voordat ik dat duidelijk kon zien, maar het lukte me. De mobiele telefoon van de vrouw ging. Ze legde het boek neer, keek op het scherm, zuchtte en nam op.

‘Waarom bel je me?’
(…)
‘Jawel, ik hou wel van je.’
(…)
‘Nee, dat is niet zo.’
(…)
‘Hij is mijn man.’

Ik keek uit het raam en probeerde het gesprek te volgen. Helemaal goed ging het niet, tussen de twee bellers. De vrouw kreeg rode vlekken in haar gezicht en ik kon soms flarden van zinnen verstaan, omdat de man aan de andere kant zijn stem had verheven. ‘Wat wíl je nou?’ Ik kan er niks aan doen, maar ik vind het altijd een geruststellend idee als andere mensen een vervelend gesprek hebben.

Er kwam een man de coupé in. Hij droeg een korte broek en een lichtblauw t-shirt. Zijn ogen keken naar binnen. Hij ging naast de vrouw die aan het bellen was zitten, tegenover mij. Uit een plastic tas haalde hij een spel: Mens erger je niet! Hij rammelde met de doos en zette die daarna op zijn schoot. De vrouw zette haar moeizame gesprek voort, iets zachter sprekend.

Ter hoogte van Baambrugge kreeg de man ineens schuim op zijn lippen. Heel erg wit, op het oog heel stevig schuim. Uit zijn tas haalde hij nu ook een paspoort.

‘Ik ben de enige God!’ Ik greep naar mijn paraplu. De man leek me niet echt gevaarlijk, maar ik wilde me niet laten verrassen. De ogen van de man kregen ineens meer glans en hij keek niet langer naar binnen.

Hij raakte steeds meer geagiteerd en schreeuwde iets over zijn paspoort, dat hij vervolgens in het gangpad gooide. Steeds meer mensen keken in zijn richting. Het was ineens doodstil in de coupé, op de korte zinnetjes die de vrouw tegenover me af en toe uitsprak. ‘Het is een moeilijke situatie, ik weet het.’

‘Kijk niet naar mij,’ schreeuwde de man. ‘Ik ben gewoon een Nederlander, geen fucking Amerikaan. Kijk niet naar mij. Ik ben de enige God. Ik ben niet iemand in Orlando die vijftig mensen neerknalt.’ Hij stond op, spreidde zijn armen en ging in het gangpad staan. ‘Ik ben de enige God. Waarom heeft niemand van jullie daar iets over gezegd, over Orlando?’

De vrouw tegenover me keek hem aan. ‘Bitch, kijk voor je. Fucking bitch. Hoer.’ Hij spuugde in onze richting maar raakte ons niet. Ik besloot dat dit het moment was om een rest ridderlijkheid in het geweer te brengen. ‘Meneer, u moet niet schelden.’ Heel even was hij van slag. Daarna tierde hij verder, tot er een boomlange veiligheidsmedewerker van de NS de coupé inkwam en hem meenam. Het geschreeuw stierf langzaam weg.

Een paar minuten later kwam de veiligheidsmedewerker terug. Hij vroeg of er iemand aangifte wilde doen tegen de man. De vrouw tegenover me liet haar telefoon even zakken en zei: ‘Daar heb ik geen tijd voor.’ Iemand in de trein kwam naar de medewerker toe en zei dat hij alles had gefilmd. Hij liep uiteindelijk met de medewerker mee om dat materiaal over te dragen, de NSB’er.

De vrouw tegenover me plakte de telefoon weer tegen haar oor. ‘Nee, het was niks. Ik geloof dat er een gek in de trein zat.’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s