Nachtzuster Huppert

Gisteren zag ik Elle, de nieuwe film van Paul Verhoeven. Het was een festival van de gewone Verhoeveniana: seks, geweld, macht en overheersing. Verrassend, of zelfs spannend, werd het nergens, ook al had Verhoeven nog zo zijn best gedaan om zo veel mogelijk thrillerelementen uit de hoge hoed te toveren, van een in het donker tegen iemand opspringende kat tot de verkrachter die ineens in de achtertuin blijkt te staan. Verrassingen alom.

Rob van Essen geeft de film het voordeel van de twijfel. Ik merkte dat ik me kijkend langzaam begon te ergeren aan Verhoeven, die zijn eerste grote succes Floris nooit heeft weten te overtreffen. Die serie bevatte de ‘hele’ Verhoeven, daarna heeft hij deze kern almaar schematischer uitgewerkt en, vooral, uitgemolken. Verhoeven is de man bij wie je moet zijn voor een ‘schokkende’ film. Alleen is het schokeffect al een paar decennia uitgewerkt.

Vrouwen zijn bij Verhoeven altijd geil en nooit te beroerd om zich te laten onderdrukken of verkrachten. Verhoeven is namelijk een nette katholieke jongen en nette katholieke jongens van zijn leeftijd denken allemaal, ook al heeft de Paus zelf het inmiddels ontkend, dat Maria Magdalena een hoer is van wie je desondanks veel mag en moet houden. Het geeft hem, in combinatie met zijn joyeuze belezenheid en zijn flamboyante armbewegingen als hij zijn wereldbeeld ontvouwt, iets van een glibberige gymnasiast die tot zijn eigen verbazing in de grote filmwereld is beland.

De Maria Magdalena van dienst is Isabelle Huppert. In Elle heeft Verhoeven zijn katholieke fantasieën op haar losgelaten, waardoor ze zo nu en dan functioneel moet worden verkracht en zich een keer functioneel moet zitten vingeren – in een scène die een parodie is op en een travestie van de scène die Sharon Stone beroemd maakte. Die scène, ja.

Isabelle Huppert is voor mij wat de madeleine was voor Proust. Altijd als ik haar zie, en vooral de laatste jaren, nu ze beniger en slanker (en zo mogelijk zelfs knapper dan vroeger) is geworden, herinnert ze me aan een nachtzuster in het ziekenhuis van Geldrop, waar ik in 1968 en 1969 twee keer een maand was opgenomen omdat ik aan astma leed.

Ik weet niet meer of de scène waarin deze Brabantse vroege versie van Huppert een hoofdrol speelt zich in 1968 of 1969 afspeelde. Wat ik wel weet, is dat ik op een avond uit mijn bed kwam en me voornam om het ziekenhuis te verlaten. Ik was bijna ziek van heimwee. In die jaren hadden de dokters het idee dat het goed was als de ouders bijna niet, of niet op bezoek kwamen. Dan misten de kinderen hun ouders minder. Ik had mijn ouders al bijna twee weken niet gezien en ik nam me die nacht voor om dan zelf maar naar huis te gaan, als ze me niet kwamen halen.

In de kamer waar de zusters ’s nachts zaten, trof ik een vrouw aan. Ze stond met haar rug naar me toe naar de radio te luisteren. Toen ik haar vertelde dat ik naar huis wilde gaan, draaide ze zich niet om. Ze bleef staan en luisterde naar de radio, zonder iets tegen me te zeggen. Ik herhaalde mijn mededelingen. Ze zweeg. Na de derde keer zei ze dat ik weer in bed moest gaan liggen. Dat ze geen tijd had voor dit soort kinderachtigheden. Dat ik moest slapen, om snel weer beter te worden.

Ik herinner me dat er op dat moment voor een eerst een diepe haat door mijn lichaam heen trok, alsof er aan de lopende band bliksemflitsen afgingen in mijn hoofd. Het was misschien geen nieuw gevoel, maar de hevigheid was dat wel. Ik stond daar maar en haatte die vrouw, die deed alsof ik er niet was, die me niet alleen negeerde maar ook vernederde. Ik herinner me dat ik de opwelling had om haar te slaan, ook al wist ik dat ik te klein was om van haar te kunnen winnen. Ik onderging mijn haat. Ik kon er bijna naar kijken, alsof het een ding was.

Hoe ik daar terechtkwam weet ik niet meer, maar niet veel later stond ik in een lange ziekenhuisgang. Een oude meneer in een ochtendjas vroeg me wat ik van plan was. Ook tegen hem vertelde ik dat ik naar huis ging, naar mijn ouders. Hij liep een eind met mij op, richting de ingang van het ziekenhuis, waardoor ik twee weken eerder naar binnen was geleid.

Weer iets later liep ik aan de hand van de nachtzuster terug naar de slaapzaal. Ze zweeg nog steeds, ook toen ik in bed ging liggen en het meisje naast me wakker werd en vroeg wat er aan de hand is. Zij was helemaal in gaasverbanden gewikkeld, omdat ze een huidziekte had en zich niet mocht krabben. De nachtzuster keek nog even naar me en vertrok.

Jaren later, toen ik Isabelle Huppert voor het eerst in een film zag, kreeg ik de schok der herkenning en schoot me de scène in het ziekenhuis weer te binnen. En elke keer als ik Huppert nu zie, herhaalt zich die.

 

Advertenties

Een gedachte over “Nachtzuster Huppert

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s