Alweer een uur

320px-HRH_Duke_of_KentEr kwam een man tegenover me zitten in de trein van Amsterdam naar Utrecht. Zijn gezicht had iets weg van een onopgemaakt bed, ongeveer zoals W.H. Auden er in zijn laatste jaren uitzag. Zijn kleding was van goede kwaliteit, maar enigszins versleten. Hij leek een adellijke heer die zich niet hoeft te bekommeren om uiterlijkheden. Alleen zijn schoenen, zwarte brogues, waren keurig gepoetst, al had hij de hakken een beetje scheefgelopen.

Zijn ogen waren opvallend, blauw-grijs, en ze leken op die van mijn vader. Hij keek niet om zich heen, hij keek naar binnen. Zijn uiterlijk was een kruising tussen dat van Ian Richardson en Leo Vroman in zijn latere jaren, waar iemand een scheutje Prince Edward Duke of Kent (die na afloop van Wimbledon altijd de beker uitreikt) doorheen had gemengd.

Af en toe zuchtte hij diep, alsof de zinloosheid van het bestaan hem weer even te binnen schoot.

Ter hoogte van Abcoude haalde hij een boek uit zijn tas: Een klein leven van Hanya Yanagihara. Voordat hij begon te lezen, sloeg hij het ding even goed open, zodat het mooi op zijn schoot bleef liggen. Vroeger zou ik op zo’n moment het gevoel hebben gehad dat iemand mijn eigen rug knakte. Tegenwoordig kan ik een dergelijke handeling onbewogen aanzien. Sterker, ik ben tegenwoordig zelf in staat om een boek zelf even goed open te breken.

Als iemand me vroeger zei dat een boek waarvan de rug gebroken was ‘gemakkelijker las’, dan vroeg ik altijd aan die persoon of hij de rug van een geliefd persoon ook brak voor de liefdesdaad, om hem of haar beter stil te laten liggen. Meestal vond men die vergelijking te ver gaan.

Ergens is mijn smet- en schendvrees, waar het boeken betrof, uit mijn leven verdwenen. Ik vind het nog steeds niet fijn als er heel snel een vlek op een boek zit, of als de rug binnen de kortste keren vol leesvouwen zit, maar ik laat me er niet meer door uit het veld slaan en ben al jaren niet meer zo overdreven voorzichtig met nieuwe aankopen als ik vroeger was.

Toen ik twintig was, had ik het idee dat ik aan een bibliotheek aan het bouwen was. Een kamer vol boeken, of liever nog: een huis vol boeken, een schatkamer die de uitdrukking zou zijn van mijn literaire smaak, de tempel van mijn belezenheid. Maar ‘de wereld drong zich tussenbeide’ en mijn schatkamer is er nog steeds niet. Ik liet meer boeken achter dan ik meenam.

De man kreeg in de gaten dat hij door mij werd bespied. Hij klapte zijn boek dicht en lachte naar me. We passeerden het Van der Valkhotel in Breukelen

‘Ik krijg ze van mijn dochter.’
‘De boeken?’
‘Ja. Ze bedoelt het goed hoor. Ze kiest ze met zorg uit.’
‘En hoe is deze roman?’
‘Saai, zou ik tegen u zeggen.’
‘Maar niet tegen uw dochter?’
‘Zeker niet tegen mijn dochter. En dan is dit ook nog een enorme pil. Maar ik moet wel doorlezen, want ze wil er altijd met me over praten.’

Toen we station Utrecht Centraal binnenreden, borg hij zijn boek weer op. Hij nam zijn tas onder de arm en keek of hij iets op zijn plek had achtergelaten.

‘Ik wens u een prettige dag verder. Als u graag leest, moet u dit boek mijden. Voor mij maakt het niet uit, maar u bent nog jong en heeft wel betere dingen te doen. Ik denk alleen: Als ik een uur gelezen heb, is er weer een uur voorbij.’

Advertenties

Een gedachte over “Alweer een uur

  1. Mooi stukje. Eigenlijk is het intermezzo over de geknakte boekenruggen jammer – dat is een ander verhaal – maar die verkreukelde man met z’n boek is geweldig.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s