Lezen (86): Jean-Philippe Toussaint

2G975Seks en voetbal hebben één ding met elkaar gemeen: het is erg moeilijk om er goed over te schrijven. De meeste literaire of semi-literaire boeken over voetbal verzanden in melancholie – oh, de fluwelen dribbels van Coen Moulijn, ah, de schaar van Piet Keizer – of in een zinsbouw en in een woordkeuze die veel wegheeft van het gestamel dat je in erotisch bedoelde boeken tegenkomt.

Seks en voetbal kun je alleen in het moment beleven. Het einde staat weliswaar vast, maar de manier waarop dat wordt bereikt is maar op één unieke reeks momenten in de tijd te ondergaan. De rest is voorbeschouwing en voorspel of analyse en naspel.

Wat de uitslag is? Een orgasme voor een of beide of alle partners of een overwinning voor een van beide teams. Gelijkspel is mogelijk, maar alleen in saaie competitieduels en vastgelopen relaties.

Ik kende tot nu toe één echt meesterlijke voetbalboek: Glorie en tragiek van het voetbal door Eduardo Galeano. Het is geen roman of een studie maar een verzameling fragmenten, waarin Galeano zijn liefde voor het voetbalspel bezingt. Dat is het enige wat je over de liefde en andere zaken van het hart kunt doen. Zingen.

Nu is er een boek bijgekomen: Voetbal van Jean-Philippe Toussaint, misschien wel het ideale boek voor de Nederlanders die tijdens het Europees Kampioenschap dat komen gaat niet goed weten wat ze met hun tijd aanmoeten, als het Nederlands voetbalelftal niet meedoet. Net als in de liefde is er in het voetbal meteen sprake van dalende belangstelling, als het subject waarop de liefde wordt geprojecteerd ontbreekt.

Toussaint is een bij uitstek denkende, of nee, omtrekkende bewegingen makende, monkelende schrijver. Hij probeert wat hij wil zeggen niet te benoemen, hij weeft er woorden omheen, legt er verhalen bij in de buurt en probeert te onderzoeken wat hem, in relatie tot wat of wie hij beschrijft, precies is overkomen. Het eindresultaat is een tekst die niet is na te vertellen, een tekst die je alleen volledig kunt citeren als je wil zeggen wat hij bevat.

In de verhalen van Toussaint ben je aanwezig als in een voetbalwedstrijd, of als in seks. Je weet op het moment dat er iets bijzonders gebeurt, dat er iets bijzonders gebeurt. Als je het vervolgens aan een derde wilt mededelen moet je die gebeurtenis eerst compromitteren (stileren) en dan is het geen zuivere ervaring meer. Dan is het een verhaal.

Er zijn maar weinig schrijvers die je de sensatie kunnen geven dat je midden in de werkelijkheid staat, dat wat zij beschrijven best door jou zelf had kunnen worden beleefd. Bohumil Hrabal, Wilhelm Genazino, Kees ’t Hart, en Toussaint dus. Alle hevige gevoelens zijn, plotseling, in precies de juiste bewoordingen neergelegd. Voor het grijpen, al kun je er nét niet bij.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s