Lezen (82): Simenon

Toen ik wakker werd, filterde door de gordijnen van ongebleekt linnen een mij welbekend gelig licht de kamer in. Onze ramen op de eerste verdieping hebben geen luiken. Geen enkel huis in de straat heeft ze. Ik hoorde op het nachtkastje het getik van de wekker en naast mij de ritmische ademhaling van mijn vrouw, bijna even luid als die van patiënten in films tijdens een operatie. Ze was toen zevenenhalve maand zwanger. Net als vroeger met Sophie moest ze vanwege haar enorme buik op haar rug slapen.

Zo begint De trein (Le train) van Georges Simenon, in de onlangs bij De Bezige Bij verschenen vertaling van Peter Verstegen. De uitgeverij heeft nu in totaal zestien boeken van Simenon heruitgegeven: acht Maigrets en acht roman-durs, ‘echte’ of ‘psychologische romans’. In de meest recent verschenen worp verschenen naast De trein en De weduwe Couderc twee boeken met de commissaris in de hoofdrol: Maigret en het dode meisje en De kop van een man.

Simenon staat niet bekend als een man die eromheen draait. In het echte leven en in zijn boeken niet. Waar je bij Simon Vestdijk soms twintig bladzijden of meer moet doorploegen voordat hij zijn stijl vindt, is het bij Simenon meestal vanaf alinea een raak. Sinds Colette hem in zijn jonge schrijversjaren had toegevoegd: ‘Pas de littérature!’ legde Simenon zich toe op een schrijfstijl die tot op het bot was uitgebeend, al is zijn Frans oneindig veel subtieler dan je op basis van de meeste vertalingen kunt vermoeden.

Deze eerste alinea is helemaal Simenon. Hij lijkt wel een camera te hanteren, die ons het licht laat zien in een kamer van een huis zonder luiken, een nachtkastje, een slapende en zwangere vrouw en een man die dit alles, net wakker, beschouwt. In de laatste zin gaat de camera uit en verplaatsen we naar de binnenkant van het hoofd van de hoofdpersoon. Een camera kan niet zien dat een zwangere vrouw al een kind heeft. Dat kun je alleen maar wéten.

Dat de ademhaling van zijn jonge vrouw ‘bijna even luid (is) als die van patiënten in films tijdens een operatie’ vind ik raadselachtig. Ik ben bereid te geloven dat patiënten, in films, tijdens operaties luid ademen, maar kan me er niets bij voorstellen. Wat ik uit eigen waarneming wel weet is dat zwangere vrouwen veel luider ademhalen in hun slaap dan (de meeste) niet-zwangere vrouwen. Zou Simenon dat bedoelen?

Toch pakt hij me meteen bij de kladden. Ik zie het huis voor me, een huis dat is samengesteld uit kamers waarin ik verbleef, vakantiehuizen waarin ik gelukkig was, gedroomde appartementen en het meubilair van een woonboot die hier verderop op de kade ligt. De man en de vrouw zie ik ook meteen voor me. Nog niet heel duidelijk misschien, het is nog niet helemaal licht immers, hun contouren zijn nog onscherp. Straks staan de (ik noem maar twee namen) jonge Jean Gabin en de jonge Simone Signoret in een helder licht, dat duurt nog een bladzijde of twee.

De beginscènes van de gewone romans van Simenon hebben allemaal iets van een ontwaken. De personages, maar ook Simenon zelf, rekken zich nog heel even uit voordat het allemaal gaat beginnen. Voordat alles in het boek toewerkt naar een einde dat in de meeste gevallen tamelijk catastrofaal uitpakt voor de hoofdpersonages die daar in de regels nog geen, of bijna geen, vermoeden van hebben. In De trein is dat niet anders.

p.s. Ik begreep van een van de Simenonvertalers dat er nog minimaal acht delen worden toegevoegd aan de zestien delen die tot nu toe verschenen. Dat is mooi. Ik hoop van harte dat De Bezige Bij daarna, ondanks de volgens mij niet florissante verkoopcijfers van deze zestien deeltjes, niet besluit om de reeks te stoppen.

 

Advertenties

2 gedachtes over “Lezen (82): Simenon

  1. Quand je me suis éveillé, les rideaux de toile écrue laissaient filtrer dans al chambre une lumière jaunâtre que je connaissais bien. Nos fenêtres, au premier étage, n’ont pas de volets. Il n’y en a à aucune maison de la rue. J’entendais, sur la table de nuit, le tic-tac du réveille-matin et, à côté de moi, la respiration scandée de ma femme, presque aussi sonore que celle des patients, au cinéma, pendant une ….

    De beginparagrafen bij Simenon zijn altijd meesterlijk. Reden waarom ook de (nieuwe?) uitgaven in Livre de Poche op de achterflap telkens gewoonweg de eerste paragraaf aanhalen. Meer hoeft niet.

    Bij Simenon, vloeit het, alles is steeds in beweging. De Nederlandse taal, helaas, wil niet altijd zo vanzelfsprekend vloeien.

    ‘toile écrue’ is wat het is. ‘Ongebleekt linnen’ is linnen dat niet gebleekt is. Uiteraard. Maar het vergt een soort gedachtensprong: ‘niet – gebleekt’ versus ‘Ecru’ dat is wat het is. Punt. En ‘que je connaissais bien…’ heeft een schwung die ‘wel-bekend’ niet heeft… dat zul je als dichter ook wel aanvoelen, Chrétien.
    In één enkele Nederlandse zin gaat dus al veel verloren.

    Waarmee ik niet wil beweren dat ik het beter zou kunnen dan de vertalers! Alleen: dat het eigenlijk ondoenbaar is …

    Helemaal niet-Simenon is de vergelijking – ‘patiënten in een film’ -. je probeert het te verdedigen, maar dit is een uitglijder. Niet toevallig, in de hoorspeladaptatie in het Frans die ik hoorde, werd deze (on-Simenon-zin) weggelaten!

  2. Wat gek dat hij die zin dus wel degelijk zo schreef… Waar zou hij die vergelijking toch vandaan hebben? En het Nederlands, hoe elegant ook (vind ik dan, soms), kan inderdaad in dit geval niet op tegen de mooie taal van Simenon, die functioneel is én geladen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s