Lezen (79): Gerbrand Bakker

Soms neem ik me voor om eindelijk eens een lijst aan te leggen van boeken die ik heb gelezen. Dan begin ik, heel dapper, in een schrift op te schrijven welke boeken de afgelopen periode aan de beurt kwamen. Titel, auteur, uitgeverij, omvang, prijs bij aanschaf. Na een week of twee komt de klad in mijn boekhouddrift.

Waarom lees ik, als ik steeds opnieuw begin in boeken waarvan ik me over een jaar bijna niets meer herinner, zeker niet als ik mijn leeservaringen niet ergens vastleg? Om via fictie grip te krijgen op dé en op mijn werkelijkheid? Dat is me te plechtig, al gaat het deels op. Om, net zoals Maarten ’t Hart, ‘een literair correlaat voor mijn eigen bestaan’ te vinden? Ook dat is een deel van de reden, maar niet de reden zelf.

Ik weet het niet. Ik weet alleen dat ik me nu al een jaar of vijfenveertig met enige regelmaat onderdompel in andermans verhalen, verhalen die ik me soms eigen maak en die me door mijn leven heen hebben begeleid en me soms tot steun waren. Van Alleen op de wereld tot Al te luide eenzaamheid en van Dokter Glas tot Honger en Dood op krediet: een ketting verzonnen verhalen die onderdeel is geworden van mijn DNA.

Soms kan het lezen van een boek je iets teruggeven. Dat gebeurde me tijdens de eerste bladzijden van Jasper en zijn knecht, een dagboek van Gerbrand Bakker.

Een ander boerenberoep dat echt niet meer bestaat is de schetser. Die kwam als er een kalf geboren was, en hij had een boekje met daarin voor één kalf drie voorgedrukte tekeningen. Kleurplaten waren het eigenlijk, van de twee zijkanten en de kop. Hij schetste het (zwart- of roodbonte) kalf zo precies mogelijk na, zodat de koe altijd herkend en teruggevonden kon worden. Die schetser was in dienst van de fokvereniging, hij kwam dus alleen stamboekvee tekenen. Niet-stamboekvee kon zonder ooit ergens bekend te zijn verhandeld worden, of geslacht, of wat dan ook. De schetser is vervangen door grote, lelijke labels in de oren van de kalveren. Als ik vijftig jaar eerder was geboren had me dat een geweldige baan geleken, kalveren schetsen.

Bij het lezen van deze alinea was ik plotseling terug in de stal van Jan Breukers, onze achterbuurman. Ik zag de schetser zitten, met zijn oblongvormige ordner op schoot, kijkend naar het jonge beest, zorgvuldig inkleurend. Ik rook de stal weer, die heerlijke geur van koeienlijven, mest, stro, hooi en voederbrokken.

Het was misschien wel dertig jaar geleden dat ik ooit aan een schetser had gedacht, net zoals aan de melkschepper, een ander beroep dat Bakker uit de mottenballen haalt. Ik zie ze weer voor me, die grote, zwijgende mannen in hun wat afgedragen grijze colberts. Van die mannen die na gedane arbeid een glas jenever dronken en een sigaar opstaken om daarna, in hun functionele auto, op weg te gaan naar een volgende boerderij.

Sommige werelden verdwijnen zonder gerucht te maken. ‘Ik verlang naar niets dat voorbij is terug,’ zei W.F. Hermans. Meestal ben ik het met hem eens, maar tijdens het lezen van Bakker wankelde ik even.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s