Toespraak Peter Drehmanns in Boekhandel Wim Krings, 27 maart 2014

In een van de vele smakelijke anekdotes die het boek Een zoon van Limburg sieren, biecht de verteller op dat hij al vóór de eerste communie aan een hostie heeft geknabbeld omdat zijn vader ooit een stukje voor hem meenam. De kennismaking met dit heilige koekje beviel de jonge Chrétien maar matig, vooral toen hij te horen kreeg dat het baksel niet van deeg was bereid maar het Lichaam van Christus betrof. De scepticus is al vroeg ontkiemd in hem en zal uitgroeien tot de doorgewinterde ironicus die anno 2014 schrijft: ‘Iemand opeten die je eerst aan een stuk hout hebt laten spijkeren. Smakelijk eten.’

Deze even amusante als significante episode uit Een zoon van Limburg woelde in mij een herinnering los. Ook voor mij ging het eten van de hostie gepaard met nogal ambivalente gevoelens. Ik ontdekte dat het Lichaam van Christus niet overal even mals was en uiteenlopende smaaksensaties bewerkstelligde. De hosties die de Munsterkerk in Roermond fourneerde waren uitgesproken plakkerig, je kreeg ze bijna niet van je tong geschraapt en daarna bleven er witte flintertjes tussen je tanden kleven. De hosties daarentegen van de Sint-Franciscuskerk in het tien kilometer verderop gelegen dorp Haelen waren knapperig, krokant en geelbruin – tamelijk smakelijke koekjes kortom. Dat vond ook mijn buurjongen, die elke zondag twee keer in de rij ging staan om extra van het Lichaam van de Messias te kunnen snoepen.

Ik ben Chrétien dankbaar dat hij mij door zijn boek deze reminiscentie en ook vele andere reisjes naar het verleden heeft geschonken. Want het toeval of de Voorzienigheid wil dat ik op nog geen tien kilometer van Chrétiens geboortegrond de eerste jaren van mijn leven heb doorgebracht. Maar als Chrétien een zoon van Limburg is, dan ben ik met recht een bastaardkind van deze provincie. Precies toen de puberteit onbarmhartig toesloeg verruilde ik Limburg namelijk voor Brabant. Voordat deze ingrijpende transformatie plaatsvond bezocht ik een katholieke jongensschool te Haelen, waar de leerlingen wegwijs werden gemaakt met behulp van harde handen, straffe linialen en ander martelgereedschap, waarbij vooral het hamertje van meester Boonen veel indruk maakte. Ik zat in een klas met 38 jongens, waarvan de zoon van de schroothandelaar zes jaar lang carte blanche had om tijdens het speelkwartier terreur te zaaien en zijn vuisten te ijken. Elke vrijdag kwam meneer de pastoor, een hardcore katholiek, vriend van Mgr. Gijsen, om ons jongens te confronteren met onze zonden. Niet lang na deze éducation infernale moest ik dus al deze Limburgse hartelijkheid vaarwel zeggen omdat mijn vader een baan kreeg in ‘Holland’. Ik ging zogezegd in diaspora, zoals Chrétien het zo treffend verwoordt in zijn boek. Weliswaar bevond mijn nieuwe woonplaats zich nog ónder de rivieren, in Den Bosch, maar toch kwam ik bliksemsnel tot de ondervinding dat Limburg slechts het voorgeborchte, de limbo van de echte wereld was. Ik had de indruk een soort shocktherapie te ondergaan. Ik werd uit mijn Limburgse schulp geslingerd en kwam terecht in een wereld van muziek, meisjes en multipliciteit. Het kostte me ruim drie jaar om daarvan bij te komen.

Bij Chrétien duurde het aanzienlijk langer voordat hij in vrijwillige ballingschap ging. Lang genoeg om doordrenkt en doordesemd te raken van wat hij zelf de ‘condition limburgeois’ noemt. Lang genoeg ook om net zo’n ‘jengelend, lastig kind’ te worden als Limburg dat zelf is, verzadigd van argwaan, gevoed met minderwaardigheidsgevoelens. En toch beweert de auteur van Een zoon van Limburg in dat gelijknamige boek dat hij pas een Limburger is geworden toen hij al jaren niet meer in Limburg woonde. Zou kunnen: als je ergens niet meer tussen zit, zie je het beter. Afstand schept inzicht. Pas als je je verwijdert van de plaats delict en de bloedige smeerboel steeds meer als fictie gaat beschouwen, krijg je er vat op. Pas via de fictie kom je de waarheid op het spoor. Tegelijkertijd oppert de auteur: ‘Limburg is mij toen ik ben verhuisd ontglipt.’ En ook: ‘Hoe meer ik schrijf, hoe meer ik besef: Limburg bestaat inderdaad niet.’

Een ingewikkelde kwestie. Enerzijds voelde Chrétien Breukers zich dus pas echt een Limburger toen hij zijn geboortegrond had verlaten; anderzijds komt hij buiten Limburg tot de ontdekking dat Limburg eigenlijk helemaal niet bestaat. Nu hij er niet meer woont, voelt hij zich er thuis. Voelt hij zich thuis in – ik citeer – ‘een fremdkörper binnen Nederland’. Preciezer nog: voelt hij zich thuis in een streek die helemaal niet bestaat.

Het is een complexe kwestie ja, maar ze wordt aangenaam luchtig geserveerd en ze getuigt bovendien van de hartstochtelijke verwarring die vaardig wordt over Chrétien bij zijn pogingen om de condition limburgeois te definiëren. Hij is niet bang zichzelf tegen te spreken en roept tal van boeiende vragen op. Is Limburg een luchtspiegeling? Of is het de blindedarm van Nederland, een nutteloos aanhangsel? Of is Limburg veeleer een folkloristisch evenement met carnavalsoptochten, schuttersfeesten, fanfares, processies, vlaai en zoervleis? In zijn zoektocht naar een antwoord op deze vragen, die tegelijkertijd een zoektocht is naar de tamelijk paradijselijke tuin van zijn jeugd,  verliest de schrijver nu en dan zijn bestemming uit het oog. Chrétien is nou eenmaal een jongen die zich gemakkelijk laat afleiden. Op dergelijke momenten keert hij Limburg bruusk en bruut de rug toe en wijdt ongegeneerd uit over de jonggestorven dichter Jotie ’T Hooft, over Simenon, over Joop Zoetmelk, over zijn snookerverslaving, over zijn heldhaftige pogingen een gevierd romancier te worden. Ja, deze in de diaspora gegane jongen houdt van digressie, van versnippering, verstrooiing, van ómzwervingen – doelgericht handelen is niet aan hem besteed, met graagte omarmt hij het onsamenhangende, het onafgeronde.

Bijgevolg durf ik te stellen dat het boek Een zoon van Limburg zich niet alleen bezighoudt met de vraag ‘Wat is Limburg?’ maar vooral ook met de vraag ‘Wie is Chrétien Breukers?’ Jazeker, we leren hem door dit boek beter kennen: de gedreven literatuurliefhebber die liever leest dan leeft, de afvallige katholiek, de bourgondische gourmand die van een broodje bal houdt, de nurkse mopperaar, de snookeraar, de astmaticus, de gemankeerde zwemmer, de zoon van een man die zich altijd op de vlakte hield, de kleinzoon van een grinnikende galspuwer, de vader van een meisje dat niet graag als eerste in het zwembad springt.

Het bijzondere van dit boek nu is dat beide vragen – ‘Wat is Limburg?’ en ‘Wie is Chrétien Breukers?’ regelmatig op haast erotische wijze met elkaar verstrengeld raken. In hoeverre is de auteur van Een zoon van Limburg bij uitstek een belichaming van de provincie waaraan hij is ontsproten? Is de Limburgse grond bijvoorbeeld debet aan het feit dat Chrétien iemand is die met graagte zijn forse kont tegen de krib gooit en daarna ietwat besmuikt informeert of de boel nog overeind staat? Dat zou best wel eens kunnen, want in die Limburgse grond ontkiemen niet alleen goddelijke asperges maar ook rare snijbonen als Geert Wilders, Anton Dautzenberg en Manuel Kneepkens. Ondanks hun ideologische verschillen houden al deze buutreedners, Chrétien Breukers incluis, ervan om een honkbalknuppel in het hoenderhok te smijten. Ze willen gekakel veroorzaken, stof doen opwaaien en tegelijkertijd verbeten zichzelf op de kaart zetten – aandacht, aandacht omdat ze zich vroeger in de hoek gezet voelden, in die uithoek van Nederland waar haast niemand je hoorde.

Maar toch… iemand die de confrontatie niet schuwt zou je met evenveel recht juist een atypische Limburger kunnen noemen. Het is zoals de auteur van Een zoon van Limburg zelf ook toegeeft: je krijgt er geen vat op, op dat Limburg en op die Limburgers. En juist daarom, vanwege die glibberige en fictionele hoedanigheid, is Limburg misschien wel de meest boeiende provincie van Nederland. Met zijn boek bewijst Chrétien Breukers op even overtuigende als onderhoudende wijze dat hij dit heeft begrepen.

© Peter Drehmanns

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s