Het laatste jaar – Dirk van Weelden

Het laatste jaar van Dirk van Weelden gelezen, een roman met als uitgangspunt de vriendschap tussen Martin Bril en Van Weelden zelf. De dood van Bril (in 2009) zet de auteur aan tot een reflectie op het schrijverschap, dat is ontsproten aan de samenwerking tussen Bril en hemzelf en onder meer resulteerde in Arbeidsvitaminen. Het ABC van Bril & Van Weelden (1987) en Piano & Gitaar. De vooruitgang volgens Bril & Van Weelden (1990).

Vanuit ‘een gezamenlijke droom’, het leiden van een schrijvend leven, gaan ze na hun debuut al snel een eigen weg, allebei een weg die past bij het eigen karakter. Die karakters kwamen al in Arbeidsvitaminen naar voren, Bril was de ‘noterende’, op Amerikaanse en Rotterdamse leest geschoeide schrijver van glasheldere, soms sombere prozafragmenten, Van Weelden stelde zich meer op als het filosofische prijsdier.

Na een redelijk voorspoedig begin van zijn solo-schrijverschap, stopt Van Weeldens opkomt eind jaren negentig enigszins, terwijl juist Bril dan uit een dal kruipt en een bekende Nederlander wordt.

Van Weelden kijkt in dit boek met een uitgesproken (en ongebroken) liefde terug op (het op) Bril (gebaseerde romanpersonage). Hij koestert het gedeelde verleden, het samen gemaakte werk en de hoop op een later, latere, herwonnen vriendschap, die misschien tot een tweede grote werk kan leiden, na het ABC, een droom die met de dood van Bril vervliegt.

Tegelijkertijd is het een boek over de jaren tachtig, en over de mensen die in die tijd begonnen te schrijvn. De inzet was toen, het klinkt bijna als een ‘vroeger was alles beter’, anders dan de inzet die je nu tamelijk vaak ontwaart: het (te maken) werk ging voor de (uit te rollen) carrière. Er moest ook wel roem, maar vooral toch erkenning worden verworven, via het werk.

Van Weelden kijkt, maar niet bitter, of niet al te bitter, op een leven in dienst van de letteren terug en vraagt zich af waartoe het allemaal heeft geleid. Niet ver genoeg? In elk geval: niet zo ver als hij had willen komen. De droom lijkt weg te zakken in het moeras waarin de letteren de laatste jaren zijn veranderd, een moeras waarin iedereen die niet vrolijk op elke hype meedanst, wegzinkt.

Daarom is deze roman ook een ‘uitwerking’ van de thema’s die hij al aansneed in Literair overleven, zijn pamflet voor de literatuur, en tegen de vercommercialisering en vervlakking van het boekenvak. De thematiek van Van Weelden lijkt zich in beide werken toe te spitsen op de vraag: ‘Welke schrijver ben ik, of ben ik geworden?’ En: ‘Welke positie neemt de schrijver die ik ben in?’ In het pamflet scherpte hij zich aan de staat waarin de literaire wereld zich bevindt, in de roman reflecteert hij op de vriendschap en de samenwerking die als vliegwiel voor zijn schrijverschap fungeerde.

De recensie die vrijdag 26 april 2013 in NRC Handelsblad verscheen, constateert ongeveer hetzelfde als ik hierboven, maar komt met de conclusie dat de structuur van de roman door de inhoud heen lijkt te steken. Dat betekent dat ook in de literaire kritiek het primaat van de vorm inmiddels vervangen is, zij het niet door ‘de vent’, maar door een verkeerd-begrijpen van wat ‘authentiek’ genoemd kan worden.

Juist in een geconstrueerde roman als Het laatste jaar kan wat de schrijver maakt zo authentiek mogelijk overkomen. Juist omdat de auteur ervoor kiest de vriendschap (waarin we tot in de anagrammen aan toe de twee ‘echte’ vrienden herkennen) in een roman te vangen, kan hij die met afstand bekijken en voor de lezer inzichtelijk maken. Alleen in de fictie kan Van Weelden heel dicht bij de kern van waar het hem om te doen is (en waarin een gevecht met ‘hemzelf’, vermomd als weer een ander personage en een ander anagram een rol speelt) komen. Dichterbij dan in, bijvoorbeeld, een bundeling brieven aan Bril die hij, als we alles wat we in deze roman lezen moeten geloven, in voorbereiding had.

Het laatste jaar is een roman over vriendschap, een pleidooi voor literatuur en een tractaat over de ambitie die een schrijver gaande houdt. Alle eventuele bezwaren die ik heb over Van Weeldens soms wat harkerige stijl, over de hier en daar wat te lang uitgesponnen passages (zoals de roadtrip aan het eind) vallen daarij reddeloos in het niet.

En tot slot: na het lezen van dit boek heb ik zin om eens een boek van Peter Handke of Peter Rosei aan te schaffen. Dat lukt ook niet elke roman, het oproepen van die wens

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s