Schaamte om Zoetemelk

Ooit, heel lang geleden, in 1975, heb ik een poster van Joop Zoetemelk op de deur van mijn kledingkast gehangen (ik bedoel dus: een poster met daarop de beeltenis van Joop Zoetemelk; om precies te zijn: op die poster was een foto van Joop Zoetemelk die een berg beklom afgedrukt, en volgens mij droeg hij de zogenaamde ‘bolletjestrui’ (*), in de Tour de France het merkteken van de leider van het bergklassement). Zo, dat is eruit. Maar hij of zij die zich nooit eens ergens voor heeft hoeven te schamen, werpe de eerste steen; en graag de eerste keer goed raak, anders duurt mijn steniging te lang.

Die poster heb ik, voer ik ter verdediging aan, meteen na afloop van de Tour de France 1976, die Zoetemelk geheel onnodig verloor en die werd gewonnen door de lepe – leep is een helaas in onbruik geraakt woord – Belg Lucien van Impe, van de kastdeur gehaald. Zoetemelk werd dat jaar voor de derde keer tweede; wie toen dacht dat het ergste achter de rug was, kon natuurlijk nog niet vermoeden dat hij nog eens drie keer tweede zou worden: in 1978, in 1979 en in 1982. In 1975 waren er trouwens al hele massa’s mensen die niet geloofden dat Zoetemelk de tour ooit zou winnen, en na 1976 nam dat aantal nog eens behoorlijk toe. Wat niet wegneemt dat het ding er misschien wel langer dan een jaar heeft gehangen (naast een poster van Tom Okker, waarvan ik helemaal niet meer weet hoe die er terecht was gekomen, want tennis – daar wist ik toen, en nu, helemaal niets van).

Mijn muziekleraar (ik speelde in die tijd bügel en het was de bedoeling dat ik me ooit bij de plaatselijke fanfare, Sint Caecilia, zou aansluiten, bij de eerste bügels uiteraard, want voor de tweede partij meende ik toen geen aanleg te hebben) had me die poster gegeven, omdat hij wist dat ik van wielrennen hield. Die liefde voor de wielersport moet van net iets voor de Tour van 1975 dateren; ik herinner me dat ik die elke dag in samenvatting – de Nederlandse televisie zond nog niet rechtstreeks uit – bekeek. Daarom weet ik nu nog steeds hoe Eddy Merckx – de kannibaal – het dat jaar na veel tegenspartelen moest afleggen tegen Bernard Thevenet, een Franse wielrenner die ik zeer bewonderde, totdat hij Hennie Kuiper in 1977 van een tourzege afhield, toen was die liefde meteen over.

Mijn muziekleraar hield ook van wielrennen en al snel hadden we het de hele les – ik was niet echt goed op de bügel en de kans dat ik ooit een eerste bügelist zou worden was zo goed als nul – over wielrennen. Hij nam de plakboeken die hij in zijn jeugd had bijgehouden mee en ik mocht ze, maar alleen als ik er heel erg voorzichtig mee was, van hem lenen. Voorzichtig, bijna niet ademend, nam ik zijn plakboeken door. Dat wilde ik ook, een plakboek van de tour bijhouden. Vijf jaar achter elkaar deed ik het, van 1976 (het jaar waarin ik de poster van Zoetemelk verwijderde (en ik weet nog steeds niet wat ik met die van Tom Okker deed) tot en met 1980. Dat jaar won Zoetemelk, omdat Hinault uitviel met een knieblessure, de tour. In 1981 ben ik nog begonnen, maar ineens hoefde het niet meer.

(*) Dit klopt waarschijnlijk niet, want de bolletjestrui werd pas in 1975 ingevoerd. Waarschijnlijk droeg hij gewoon de trui van zijn sponsor (Gitane of Gan).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s