Zwemles (7)

De wereld zien in alle helderheid. En dan liever even wegkijken. Of nee, niet wegkijken. Even ernaast proberen te kijken. Maar dit is al een nuance. Daar heeft de wereld geen boodschap aan.

Goed. Het zwembad. Opnieuw in de kantine, als ik me dit woord mag permitteren, samen met alle andere ouders. Bijna allemaal moeders, overigens. Op een paar watjes (zoals ik) na. Bij het zien van de meeste vrouwen vraag je je af waarom de heteroseksualiteit niet al lang is uitgestorven. (Maar dat denken zij ook, als ze mij zien, vrees ik.)

Er staat een cd op met van die universeel-erge kerstliedjes. Billie Holiday duikt daar ineens tussen op. Die zal toch niet echt vaak een leuke Kerst hebben gehad, meestal? Of was ze stiekem heel vrolijk en dééd ze maar alsof? Zou me niks verbazen.

Ja hoor. Bing Crosby. Die bewaren ze niet tot het einde.

Een nog jonge vrouw leest een boek van Mark Haddon. Dat kan ik net zien, als ik niet al te opvallend scheef aan mijn tafel ga hangen. Thuis eens googlen wat dat nu weer voor schrijver is.

Net gelezen: Misery van Stephen King. Een geweldig boek, dat vreemd genoeg een studie is naar de kracht van fictie, verpakt als griezelverhaal met postmodernistische trekjes. Iets wat je pas beseft tijdens het lezen. Het ligt er niet meteen duimendik bovenop, wil ik maar zeggen.

Volgens mij gaat het zo meteen flink stormen en/of regenen. Mud zet Lonely this Christmas in. Verdomme, dat is toch niet áárdig, zo de tent leegtreuren. Met die muziek. Ik zie ze voor me, die witte vuilnisbakkenrastypes, en toch krijg ik bijna de tranen in mijn ogen. ‘There’s something about Christmas time something about Christmas time that makes you wish it was Christmas everyday.’ zingt iemand anders. Het klinkt als een hardrockband op bezinningsweekend.

Och, ik zie het nu pas! Een waxinelichthouder met kerstmotief (hulst?) én een brandend lichtje. De bisschop uit Spanje heeft nog maar net de hielen gelicht of daar gaan we weer: op naar het volgende feest.

Nu zingt het liedje dat er negen miljoen fietsen in Bejing zijn te vinden. Zes potentiële inwoners van deze hoofdstad zitten in deze ruimte, vier volwassen (maar kleine) vrouwen en twee heel erg kleine kinderen, echt van die kinderen op zakformaat.

Ik kijk naar de kinderen en voel me, heel even, vertederd. Zo klein, en toch doet alles het, tenminste, daar lijkt het wel op.

De Beach Boys zingen ‘Christmas comes this time each year’ en hoewel het nog lang geen Kerstmis is, lijkt me dit een geruststellende gedachte, voor de meeste mensen.

Soms zie je hele kleine kinderen en dan besef je ineens: niet zo heel lang geleden had ik ook van die kleine kinderen. Ik vond ze toen niet zozeer klein, het waren al hele persoonlijkheden. Ik vond ze meer: nog niet heel groot. Nu, als buitenstaander, of niet-ouder van die kleine kinderen, zie ik ze voornamelijk als ‘ukkies’, als ongevormde wezens. Nu ja, het zijn vast allemaal enorme etters die allemaal andere mensen in de weg gaan zitten, later.

‘Do they know it’s Christmas time at all?’ (‘And tonight thank God it’s them instead of you.’) Popartiesten en het goede doel, dat blijft toch lastig.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s