Zwemles (5)

Mijn vijfde les, hoewel, die van T. Zij heeft er in elk geval geen zin in, elke week niet. Maar nu vooral niet, want een klasgenootje van haar dat in dezelfde groep zit, is ziek. T huilt voor de les en ik vermoed dat het een mengeling is van angst en geen zin / geen zin in het onbekende. Net als ik vroeger maakt ze niet graag een sprong richting / in het onbekende (maar in tegenstelling tot mij kan ze dat wel goed, na enige aarzeling).

Weer een vol café. Het terrasweer is nu wel voorbij, of me moeten volgende week ineens een mooie nazomer zien gebeuren. Het is overigens niet koud, eerder ‘fijn’ (20-22 graden), maar het waait en soms valt er een druppeltje regen.

Wij worden gemaakt door tekst. Dat klopt niet. Wat wij zijn, kan alleen in tekst worden gevangen. Ik vrees dat heel veel leven louter en alleen door hun daden, direct, zonder tussenkomst of beïnvloeding door tekst, leven. Veel mensen die teksten schrijven, stellen in elk geval één daad: ze schrijven. Tekst middelt, maar bepaalt niet. (Kijk maar, daar, die man die nu de stoel optilt en naar een andere tafel brengt, allemaal daad.)

We kunnen maar één ding zeker weten, of met zekerheid zeggen: God heeft zich nooit aan de mens geopenbaard in de moderne tijd. Hij bestaat, zijn openbaring bestaat sinds tweeduizend jaar alleen in hysterische mensen, zieners, profeten, psychotici. En hij bestaat in tekst, waarin hij regelmatig opduikt.

God, wat is het hier vandaag vervelend. Ik ben aan de leestafel gaan zitten, maar die wordt nu ook gekoloniseerd door drie vrouwen die een diep gesprek voeren. Een vrouw vertelt over een konijn, dat ze ooit hadden, een deerniswekkend beest dat stierf aan wortelvergiftiging. Haar zoontje vond het beest. ‘Zo is het leven.’

Een van de twee andere vrouwen, zij die ik onlangs bij het type ‘in mijn jeugdjaren at ik ze allemaal óp’ indeelde, en toch is ze hooguit vijfendertig, maar ze is zoals zo veel volksvrouwen vroeg oud, is ‘nooit een hondenmens geweest.’ De derde heeft een hondje gezien en dat kan ze niet vergeten. Hij is bruin en wit en schattig. ‘Je moet een mens voor ze zijn,’ dat is haar conclusie.

De kwestie met dat verduivelde geloof is dat ik nooit een hekel heb gehad aan God. Zelfs niet aan zijn plaatsvervangers op aarde of aan het voetvolk dat de geestelijke verzorging van de kudde ter hand neemt, nam en ter hand heeft genomen.

De vijf vriendinnen, of de vijf vrouwen die elkaar hier in vriendinschap hebben gevonden, nemen inmiddels elke week de middelste tafel. Dan kunnen wij, de gewone mensen, goed zien hoe fijn ze het met elkaar hebben. Vijf vrouwen, in een restorette, gewoon; ik bedoel: voor hetzelfde geld woonden we in een moslimdictatuur, droegen de meisjes een burka en werden ze elke dag afgerost door hun genetisch uitgedaagde man.

Je moet er toch niet aan denken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s