Lezen (60)

Nu ik iets verder ben (dan tijdens mijn vorige bericht) in de roman Erfsmet van Peter Drehmanns (een erg goed boek, overigens, althans, tot nu toe, ik ben op bladzijde 200) krijg ik steeds meer bewondering voor de manier waarop de auteur soms flink aan het schmieren kan slaan.

Schmieren is, volgens mijn editie van de Van Dale (uit 1989 alweer: ‘Spelen als bij een schmiere: 1. zeer sterk op effect spelen, op de zaal spelen; – 2. zijn rol niet serieus spelen, zich er met een Jantje van Leiden vanaf maken.’ Een schmiere is dan weer een: ‘rondtrekkende troep toneelspelers van lage klasse.’

Ik geloof toch dat ik dat schmieren iets positiever bedoel dan de Van Dale. Sterker: ik wilde Drehmanns een compliment maken. Ik wilde hem een schmierende schrijver noemen, ongeveer zoals men Ko van Dijk een schmierende acteur noemde.

Van een lage klasse, dat zou ik daar liever niet in betrekken. Ko van Dijk was, als ik de verhalen goed heb begrepen, niet van een lagere klasse. Drehmanns lijkt me dat ook niet te zijn (hé, een understatement, in een stukje over schmieren).

Verder nadenkend over het begrip schmieren dacht ik, waarom wordt er in de Nederlandse literatuur zo weinig geschmierd? Nescio, Karel van het Reve, ja zelfs Simon Vestdijk, Jeroen Brouwers of Gerard Reve: ze schmieren niet; hoogstens bezondigen ze zich aan wat theatraal vertoon.

Echt schmieren, even vet erin, gewoon, omdat dat op dát moment leuk is om te doen. Het is een zeldzaamheid. Of overdrijf ik nu en zie ik heel veel schrijvers over het hoofd?

Misschien schmierde Simon Vinkenoog wel eens, maar dat is dan eerder omdat hij het niet door had dan omdat hij echt wilde schmieren. Bij Vinkenoog was elk begin van wat je misschien over drie seconden een gevoel (emotie) kon noemen al bij voorbaat goed voor drie pagina’s vol exclamaties. Vinkenoog was nergens bang voor, en dat is, achteraf bekeken, nogal jammer.

Ook bij het vakkundig schmieren komt vakmanschap kijken. Misschien wel meer dan bij niet-schmieren. Het is een kleine stap van literatuur naar kitsch, een stap die Drehmanns niet zet en Vinkenoog wel.

Moge hij, Vinkenoog, overigens, rusten in vrede.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s