Lezen (58)

Het gebeurt me niet vaak dat ik hardop moet lachen om een gedicht. Gisteren, op Koninginnedag, las ik:

Clericum

Eerwaarde Heer Cardinael bewaart zijn sperma
in een glazen bokaal. Elke zondag vóór de mis
smeert hij een petieterig kwakje in zijn haar.

Voor haar, de Madonna met de omhaalschaal.

Hij die worstelt met geloften en verboden
klampt zich vast aan devotie en symbolen
de levenslang vanzelfsprekende plicht.

Spuit des avonds in haar engelengezicht.

En ik lachte. Om die droevige situatie die de dichter, Philip Hoorne, beschrijft. Om die arme priester die, tsja, wat eigenlijk?

Heel fris is het gedicht niet.

Ik bedoel, een priester die de ‘madonna met de omhaalschaal’ (de vrouw die de collecte doet, met een rieten mandje, en ze heeft nog een engelengezicht ook) in gedachten in het gezicht spuit, heel vaak zelfs doe hij dat, om het ejaculaat vervolgens in een bokaal te bewaren en er alleen op zondag iets van in het haar te smeren – nee, dat is niet des priesters en niet heel kies, ondanks de titel.

Soms wordt er verschil gemaakt tussen ‘talige’ en ‘niet-talige’ poëzie. Een letterlijk onvruchtbaar onderscheid, want elke dichter die zich bewust is van het ambacht dat hij uitoefent, werkt met taal. Zo ook Philip Hoorne.

Let alleen maar eens op de manier waarop hij de klanken in dit gedicht organiseert: de a in de eerste regels, dan de o en tot slot de i. Maar in alle regels spelen deze drie klanken ál een rol: ‘bokaal’, ‘zondag’ en ‘mis’ in het gebied waar de a de overhand heeft, ‘vast aan’ en ‘plicht’ in het gebied waar de o de grote trom slaat en ‘levenslang’ en ‘des avonds’ als de i het meest weerklinkt.

Het gedicht lijkt ‘anekdotisch’, het is ‘gewoon’, het ontregelt niet en het verontrust niet, hoewel het beeld van een priester die een keer per week een vingertopje van het eigen sperma in zijn haar smeert ook niet geruststelt. De sjablonen waarin de poëziekritiek denkt, hebben geen vat op dit gedicht, dat zich nadrukkelijk in zijn eigen talige én anekdotische ruimte terugtrekt.

Wat ik daarmee bedoel? Ik bedoel daarmee: je kunt over poëzie van alles en nog wat zeggen, je kunt theorieën loslaten op een gedicht, je kunt het gedicht binnenstebuiten keren, omdraaien, bekloppen en betasten: maar als het gedicht goed genoeg is (en dat is dit gedicht), dan gaat het zijn eigen weg, richting de lezer. Die er, bijvoorbeeld, eerst om moet lachen – om vervolgens te merken dat er veel meer aan de hand is.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s