Lezen (56)

Gisteren las ik in Vianen voor, als plaatsvervanger van Juliën Holtrigter. Die was plotseling verhinderd en ik was gevraagd om zijn onderdeel van een huiskamerconcert te over te nemen. Het is heel raar, de gedichten van iemand anders voorlezen, te doen alsof je het literaire gedeelte van die persoon tijdelijk bent, je in te voegen in een programma waarvoor je niet was gevraagd.

Omdat ik weinig voorbereidingstijd had, was de tekst toen ik hem voorlas nog betrekkelijk nieuw voor me. Uiteraard heb ik de meeste gedichten wel eens gelezen, want ik ken zijn werk goed, of redelijk goed, maar al voorlezend kom je dichter bij de tekst uit dan tijdens een gewone lezing. Al je zintuigen staan op scherp. Ineens word je dan, als bij verrassing, door een tekst of een deel van een tekst getroffen.

Mijn overkwam dat bij het gedicht ‘Sommen’ uit zijn meest recente bundel Snijderseiland.

Je staat er raar van te kijken hoe soms
een mes een pastei vangt, een vlindernet slaapt
in het foedraal van de spade.

Hoe is het mogelijk dat asfalt fluistert
over basalt en limoenen terwijl de wereld
kraakt in zijn voegen.
Zeg niet dat dat godsonmogelijk is.

Rekenblinden bijeen, feesten tot diep
in de kleine uren.
De morgen breekt aan, maar dan, wat daarna?

Je nam die nacht een duik in het IJ
en ’s morgens dook je weer op bij de super
met tien pakken tissues.
Je bouwde een sfeer op en brak hem
doodleuk weer af.

Gek hoe vingers al weten voordat ze zien.
Ze voelen de huid van de weemoed in afscheid
en uitkomst van simpele sommen: alles
min één is nul komma nul.

Dezelfde huiver die me soms doortrekt bij het lezen van Nijhoff kwam over me tijdens het lezen van de laatste strofe, die nagenoeg perfect is. En onbegrijpelijk, hoewel glashelder. Dat geldt trouwens voor het hele gedicht, dat in twee keer tien regels uiteen valt, twee delen die als het ware op elkaar antwoorden.

In het eerste deel spreekt Holtrigter in aanroepingen over ‘de’ wereld, in het tweede deel maakt hij een draai richting het individu dat voortdurend bezig is met afscheid nemen.

Dat laatste is wat in de gedichten van Holtrigter voortdurend lijkt te gebeuren. Altijd maar weer is Holtrigter bezig met wegpoetsen, uitvlakken, met het uit laten komen van de som. Op nul komma nul. Dat ervoer ik tijdens het voorlezen, en dat had ik eerder niet zo beseft.

Het was een cadeau dat ik kreeg aangereikt in taal en dan vooral in de zin ‘Ze voelen de huid van de weemoed in afscheid / en uitkomst van simpele sommen’. Daar stond ik, in Vianen, met een brok in de keel.

Advertenties

Een gedachte over “Lezen (56)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s