Lezen (47)

Wat is het gewone leven? Dat is: uit je bed komen, werk verrichten, boodschappen doen, op internet rondhangen, huishouden, gezinsdingen ondernemen, liefdesperikelen ondergaan, tv kijken en muziek luisteren, slapen, dromen. Is deze definitie bij benadering correct, dan gaat Park van Willem Claassen over het gewone leven. De hoofdpersoon, Willem geheten, heeft een gewoon leven. Zelf heeft hij daar weinig gedachten over. Het overkomt hem, hij ondergaat het.

Het is moeilijk te zeggen of de hoofdpersoon veel geestelijk leven bezit. Mocht het zo zijn, dan weet Claassen dat met verve voor ons verborgen te houden. De lezer krijgt de buitenkant van het niet heel spectaculaire verhaal te zien. Een jongen die zijn meisje kwijt raakt, op een vakantiepark in een woonwagen zonder wielen gaat wonen, op zijn werk (welk werk?) een nieuw lief verwerft, naar Thailand gaat om zijn vriend (de eigenaar van de woonwagen) en zijn Thaise vrouw op te zoeken en, uiteindelijk, terug in Nederland, verhuist naar een etage in (denk ik) Nijmegen.

De roman gaat, of is, de leegte, het niets, de kalme slag van het gewone leven. Er wordt niet geleden, er wordt geleefd, al klinkt het ‘groots en meeslepend wil ik leven’ nergens door de regels heen. De hoofdpersoon streeft niet, zoals gezegd, maar hij lijdt ook niet. Het leven van Willem is een glad-gepolijste steen, waar de wateren des levens omheen stromen. Je zou kunnen zeggen: dat is saai. Toch voelde ik geen moment de neiging om het boek weg te leggen, al dacht ik menigmaal: ‘Waarom, waarom en oh, oh jee, waarom?’

Na een bladzijde of 130 (van de 239) daalde het besef in mij neer dat dit boek juist gaat over alles dat de schrijver ongenoemd laat. Niet als de heilige geest daalde dit besef neer, maar als de geest van een existentialistische filosoof, in een light-versie. Claassen schrijft over het leven in een dove tijd, in een oneindig en onverschillig heelal, een leven waaraan je niets en niemendal kunt veranderen. Hij schrijft een verhaal waarin hij inzoomt op het leven en doorleven van een personage dat Willem heet. De grote lijn of het grote geheel is niet te bevatten; het individuele leven ook niet, maar daarin zijn (misschien) een paar patronen te ontdekken.

In de roman leest Willem regelmatig een boek. Die blijven allemaal titelloos, op één na, een boek dat op bladzijde 195 voor het eerst opduikt: ‘”Heb je een Lonely Planet?” vroeg hij. “Nee.” “Ook geen andere reisgids?” “Nee.” (…) Eenmaal thuis liep Tim naar hun bed en kwam terug met de Lonely Planet van Thailand. “Dit is weer eens wat anders dan de boeken die jij hebt meegenomen.”‘

Uiteindelijk is dat het enige bij naam genoemde boek dat de hoofdpersoon inziet en met de inhoud waarvan hij iets doet. Hij onderneemt een soort van reis, als een echte backpacker. Een misschien wel eenzame backpacker op een eenzame planeet die hij tot de omvang van een park probeert terug te brengen, binnen de grenzen van deze roman.

(Ik schreef eerder iets over een recensie op Park, hier.)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s