Lezen (39)

In aflevering 37 citeerde ik Gilliams: ‘Roken en door ‘t venster staren’. Dat is zo’n beetje het hoogst haalbare, denk ik, ook als het niet zondag is, en als je je niet op het land bevindt. Ik moest aan deze regels denken bij het lezen van het gedicht ‘Ik drink de rode zomer’ van Kees Klok (Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, 30/114).

‘Ik drink de rode zomer / onder een bladerdak va goot tot goot. // Zie hoe iedereen zowegt / zie de man uit Afrika met zijn horloges // zie de vrouw uit China met haar / molentjes, slingers en waaiers // zie de man met zijn accordeon / die Afrika noch China heeft gezien // en de lichting kreupelen / iedere dag weer vers // als het fruit, als de kazen die / liggen te zweten op de markt. // Ik zie ze aan, de vrouwen met hun / vervormde, gehavende gewicht // alsof het leven in dit seizoen / nog meer aan zwaarte wint.’

Het is heel ingewikkeld om een gedicht eenvoudig te houden, en toch een paar ingewikkelde zaken aan te roeren. Volgens mij is dat wat Kees Klok hier doet.

Ik laat mijn blik, net als de dichter, gaan: langs dat bladerdek. Ik zie de mensen op die (toeristische?) plek of op een markt, ik onderga de stille volheid ervan. Het mooist vind ik het gedicht van regel 9 tot en met 13: de overgang van dat groepje mensen, het wrakhout dat daar bij elkaar is, de kooplieden, de muzikanten, naar de etenswaren. Fruit en kaas. Een stilleven, maar dan in de volle zon.

De dichter keert in de slotregels weer terug naar de daar schommelende vrouwen, die zich voortbewegende & zwetende schommels, heel erg ronde en rijpe kazen op twee benen. Eerst dacht ik, toen ik de slotregels las: ‘Dat kun je niet maken, Klok. Die regels zijn er net te veel aan.’ Maar nu ik er iets langer naar heb gekeken, denk ik: ‘Verdomme nee, precies zo moet het.’

Dordrecht, de stad waar Kees Klok woont, ademt (ik kan het niet anders zeggen) de geest van Jan Eijkelboom. Er wordt daar, tegen de zee aan gelegen, niet aan metafysische zwaarte gedaan. Nee, dat is verkeerd gezegd. De metafysische zwaarte ligt, als een zware last, tegen Dordt aan. Dan rest de dichter niets anders dan heldere taal. Oppervlakkigheid die tóch diep boort.

Natuurlijk ‘gaat’ het gedicht over de altijd maar naderende of op de loer liggende dood. Gelukkig wordt die ons echter niet door de strot geduwd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s