Lezen (31)

Onderaan dit stukje citeer ik de eerste zinnen van Al te luide eenzaamheid van Bohumil Hrabal, een schrijver van wie ik veel houd. Zijn boeken zijn de das om een zere hals, de tic in de cola, De Leiermann uit een open raam in een welgestelde wijk, ’s avonds, op een dag die de lente aankondigt maar nog trekken van de winter heeft.

Hrabal schrijft in een lucide zeurtoon, die niet zeurderig is en bovendien totaal onnavolgbaar. Probeer maar eens van die lange zinnen te maken, zinnen die van de door komma’s van elkaar gescheiden hele zinnen en zinsdelen aan elkaar hangen en die nergens heengaan, hoewel ze meestal net op tijd over de finish komen.

Zijn oppervlakkigheid, dat wil zeggen: zijn niet-nadrukkelijke toon is niet zozeer schijn, nee, zij is een dekmantel voor alles wat Hrabal er onder wil houden. Want Hrabal wil er heel veel onder houden. Wie zijn boeken leest zonder in de gaten te hebben dat hij een existentiële angst probeert te dempen, is minimaal leesblind.

Ooit zag ik hem in het echt. Bohumil Hrabal. In ik meen 1990, in Café De Gouden Tijger. Ik had Al te luide eenzaamheid en Zwaarbewaakte treinen bij me en wilde die boeken laten signeren. Maar in een interview las ik dat hij liever niet lastig wilde worden gevallen.

Toen ik hem zag zitten, in De Gouden Tijger, wachtte ik daarom tamelijk lang. Na een half uur of drie kwartier had ik genoeg moed verzameld en pakte mijn boeken op. Helaas, net op dat moment verscheen een cameraploeg van de BBC, die een documentaire over hem aan het draaien was. Weg kans. Ik durfde tenminste niet meer.

Een jaar later was ik weer in De Gouden Tijger, maar toen zag ik hem niet. De jaren die daarop volgden, kwam ik niet in Praag. Inmiddels is Hrabal al vijftien jaar dood en is de website van het café deels aan hem gewijd.

Natuurlijk is het niet meer ‘het’ café dat toevallig onderdak bood aan een beroemde of beroemd geworden schrijver. Het is een toeristische attractie waar de beroemde en dode schrijver wordt uitgebaat. Aan zijn boeken doet het niks af, maar ik ben er sinds 1991 niet meer geweest.

‘Vijfendertig jaar lang zit ik in het oud papier en dat is mijn love story. Vijfendertig jaar lang plet ik oud papier en boeken, vijfendertig jaar lang maak ik aan de letteren mijn handen vuil, zodat ik op de encyclopedieën ben gaan lijken waarvan ik in die tijd zeker dertig kuub geplet heb, ik ben de sprookjeskan vol water dat leven schenkt en dood, je hoeft me maar een beetje scheef te houden of er stromen de mooiste gedachten uit, tegen mijn wil ben ik ontwikkeld geraakt en eigenlijk weet ik ook niet welke gedachten van mij zijn, van mij alleen, en welke ik me door het lezen eigen heb gemaakt, en zo heb  ik mezelf in die vijfendertig jaar eigenhandig doorverbonden met de wereld om me heen, want als ik lees, lees ik eigenlijk niet, ik neem zo’n mooie zin in mijn snaveltje en zuig erop als op een zuurtje,  ik nip ervan als van een glaasje likeur, en wel net zo lang tot die gedachte als alcohol in mij vervliegt, zo lang trekt die door mij heen totdat ze niet alleen in mijn brein zit en in mijn hart, maar door al mijn aderen bonkt tot in het verste bloedvaatje.’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s