Lezen (25)

Mijn opa was de vader van mijn vader en woonde bij ons in huis; hij was een man van weinig woorden. Bovendien hoorde hij niets, al heel lang niet. Het begon allemaal kort voor zijn dertigste verjaardag, met een licht suizen in zijn oren. Een jaar later was hij stokdoof. Toen ik geboren werd, was hij eenenzeventig.

Mijn opa zat de hele dag kruiswoordraadsels op te lossen, waarom dat weet ik niet, en verder deed hij heel weinig. Hij is in 1982 gestorven. Ik mis hem nog wel eens.

Het invullen van die kruiswoordraadsels, hoe onbegrijpelijk ik het ook vond, fascineerde me. Ik keek hoe hij zijn pen, een Papermate waar je zelfs niet naar mocht wijzen, uit een la haalde, ging zitten, op zijn stoel, diep zuchtte, mijn opa was een oud man, het puzzelboekje openvouwde en aan het werk ging. Invuloefeningen.

Mijn opa was het eerste schrijvende wezen dat ik aan het werk zag. Dat leek mij ook wel wat, schrijven, met mijn eigen pen.

Dus vroeg ik om een eigen pen. Die kreeg ik ook, een Papermate van een veel goedkoper model, waarna ik naast mijn opa ging zitten en schreef.

Ik schreef verhaaltjes over van alles en nog wat, verhaaltjes die verdacht veel leken op de verhalen die ik had gelezen, en mijn opa zag het met bewondering aan. Hij was mijn eerste lezer. Alles wat ik opschreef vond hij geweldig, maar ik had door dat hij dat zei om mij een plezier te doen, ik wel. Ik liet mij helemaal niets op mijn mouw spelden.

Het schrijven van een verhaal was bijna net zo absorberend als het lezen ervan. Ik voelde mij de god van mijn eenmansheelal en dat beviel me uitstekend. Voor het eerst had ik het gevoel dat ik me met nuttige zaken bezighield, net als de volwassenen.

Op hun niet aflatende vragen wat ik later wilde worden gaf ik geen antwoord. Dat moesten ze maar raden! Dat konden ze toch wel zien! Toen iemand mij vertelde dat Anne Frank veertien was toen ze haar dagboek schreef, wilde ik ook een dagboek maken, maar dan op mijn twaalfde.

Ik vulde een hele stapel schriften metmijn dagboek en liet die aan mijn opa lezen. Als hij niet vaak genoeg instemmend knikte, werd ik zenuwachtig. Hij zou toch niet ineens kritisch zijn geworden?

Later liet ik een schoolvriend de schriften lezen en die had het een en ander op te merken. Nou ja. Die vond het allemaal helemaal niks, in vergelijking met Anne Frank. Ik gaf hem gelijk, gooide de stapel weg en begon opnieuw.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s