Feeds:
Berichten
Reacties

Een vol café, want buiten regent het. De meeste ouders bestellen niets, of zo weinig mogelijk. Meegebrachte etenswaren (een banaan, een liga, iets onduidelijks) worden in kinderen geschoven en de tuitbekers met appelsap staan gezellig naast de kopjes munt- of rooibosthee. Of gewone thee, dat komt ook voor.

Uit balorigheid bestel ik twee keer een koffie verkeerd. Ik heb zin in een broodje bal, met mosterd, zo’n balletje uit de jus… maar dat mag niet, want ik ben op mijn manier op dieet.

Ik zit aan de leestafel, naast een vrouw met een tijgerblouse (type: ‘in mijn jeugdjaren at ik ze allemaal óp’). Lees verder »

De Restorette bij Aquacenter Den Hommel. Ook te huur voor besloten feesten.

Een groep kinderen. Het zijn er acht. Mees en Lowry zijn de baas. De oudere mevrouw die ze moet begeleiden zet, vruchteloos, alle zeilen bij. Mees laat zijn broek zakken en heft zijn armen in triomf: ‘Olé, olé, olé.’Op zijn zwembroek: witten en zwarte zeilschepen. Lees verder »

Ik lees Harry Potter en de steen der wijzen. Het gaat in dit boek tot nu toe over geheimen: Potter weet niet dat hij een tovenaar(szoon) is, dat is jaren en jaren voor hem geheim gehouden. Pas op zijn twaalfde verjaardag wordt hem onthuld wie hij is; van het ene moment op het andere wordt hij iemand anders. Krijgt hij betekenis.

Hij gaat via een onzichtbaar (geheim) perron naar een school die niemand (= geen van de dreuzels), behalve de tovenaars en tovenaressen, weet te liggen. Die school is het bastion van kennis, waar Potter het vak waartoe hij is voorbestemd zal leren. Lees verder »

Voor de familie Nicolich en Jan van der Valk

Nergens ben ik thuis, behalve in hotels en grote huizen.
Mijn smaak: die van een lekkerbek. Vandaal van hart,
maar met een kern van suikergoed. Het haar zo zwart
als toermalijn. Ik ben de dichter die voor u een lied,

een lofzang of een in memoriam zal schrijven. Kijk: 
de camping is al leeg. Het huis gesloopt. De kamer
als door een tornado leeg geveegd. Ik schrijf u helemaal
aan gort. Mijn zinnen als gitaarsnaren zo strak.

Tot slot: hier is de rekening. U kunt die desgewenst
voldoen in maandelijkse porties. Ja, die lege plek,
daar moet uw signatuur. Daar komen we dan samen,
na wat overleg, adviesgewijs, zonder veel moeite uit.

* Citaat: J.J. Slauerhoff

Als lezer schiet ik nu al zo’n veertig jaar hopeloos tekort. De lijst klassiekers die ik niet gelezen heb, wordt met de dag langer. De stapel werken van schrijvers die mij totaal onbekend zijn, wordt groter, nee, hoger dan de hoogste Dom, in het kwadraat.

Volgens mij zit in dit tekortschieten, in dit permanente falen, de kern van wat een lezer tot een lezer maakt: het besef dat hij niet alles kan lezen. De lezer de dat besef ontspannen in zich meedraagt, heeft de grootste kans om lezend oud te worden. Wordt de lezer er verkrampt van, dan zal hij zich verliezen in verveling, cultuurpessimisme en het lezen van de letterkundige kroniek van Carel Peeters. Lees verder »

Op bladzijde 19 van En toen wisten we alles, een pleidooi voor oppervlakkigheid legt Coen Simons zijn kaarten met een klap op tafel:

Willen we gebruik maken van de ruimte die sinds de Verlichting voor het individu is vrijgekomen om de wereld vanuit zijn standpunt te bekijken en van commentaar te voorzien, dan is een nieuw bildungsideaal vereist: de oefening van onze oppervlakkige, ongeautoriseerde blik. Geen ondoordachtheid of onverschilligheid, maar oppervlakkigheid. Kortom, een blik die in het velengde ligt van de wijze waarop de mens in de wereld staat. Met het bewustzijn van de menselijke tekortkoming dat we moeten handelen en beslissen zonder alle consequenties van dat handelen te kunnen overzien, zonder te kunnen ontkomen aan het eigen perspectief, de eigen horizon in ruimte en tijd. Lees verder »

In ‘de twaalf artikelen van het geloof’ wordt de kerk omschreven als ‘de gemeenschap van de heiligen’; de literatuur moet het zonder artikelen van geloof  stellen, maar hier en daar duikt wel degelijk een gemeenschap van zich (en elkaar) als heilig beschouwende schrijvers en literatuurbeschouwers op.

Hans Groenewegen, waar ik eerder over schreef in aflevering 64, is in elk geval voor sommige mensen een heilige. Bijvoorbeeld voor Marc Kregting (zelf op zijn beurt een mede-heilige). Kregting schrijft op zijn weblog: ‘Driemaal heeft Hans Groenewegen nu een selectie uit zijn kritieken en kronieken over poëzie gebundeld. Met schrijven zin verzamelen vind ik een belangrijk boek, maar het stemt me ook weemoedig. Het lijkt een afscheid van een tijd waarin literatuurbeschouwers een dialoog mochten aangaan met teksten. Maar papieren media zien hier geen heil meer in.’ Lees verder »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 3.455 other followers